<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><!-- generator="wordpress.com" -->
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	>

<channel>
	<title>monotheisme &amp;laquo; WordPress.com Tag Feed</title>
	<link>http://en.wordpress.com/tag/monotheisme/</link>
	<description>Feed of posts on WordPress.com tagged "monotheisme"</description>
	<pubDate>Tue, 01 Dec 2009 05:31:52 +0000</pubDate>

	<generator>http://en.wordpress.com/tags/</generator>
	<language>en</language>

<item>
<title><![CDATA[La cité perdue d'Akhénaton.]]></title>
<link>http://rannemarie.wordpress.com/2009/11/28/la-cite-perdue-dakhenaton/</link>
<pubDate>Sat, 28 Nov 2009 09:59:53 +0000</pubDate>
<dc:creator>raannemari</dc:creator>
<guid>http://rannemarie.wordpress.com/2009/11/28/la-cite-perdue-dakhenaton/</guid>
<description><![CDATA[ARTE &#8211; 21h35 &#8211; samedi 28/11      documentaire de J H Fischer Époux de Néfertiti et ]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<div class='snap_preview'><p><span style="text-decoration:underline;">ARTE &#8211; 21h35 &#8211; samedi 28/11</span>      documentaire de J H Fischer</p>
<p><strong>Époux de Néfertiti et &#8220;inventeur&#8221; du monothéisme, Akhénaton a fondé la cité de Tell-Amarna, qui continue de passionner les archéologues.<br />
</strong></p>
<p>À mi-chemin entre Thèbes et Memphis, non loin du Nil, les falaises forment un vaste hémicycle. C&#8217;est là qu&#8217;Aménophis IV, devenu Akhénaton (vers 1370 &#8211; vers 1337 avant J.-C.) fait jeter les fondations d&#8217;une nouvelle capitale : en un temps record, il fait bâtir des palais, des temples, des habitations&#8230; L&#8217;adorateur du dieu unique Aton initie une esthétique qui révolutionne la représentation des corps et des visages &#8211; que l&#8217;on présente aujourd&#8217;hui sous le nom d&#8217;art amarnien. Sur le site de l&#8217;ancienne cité, une équipe de chercheurs vient de mettre au jour trente-cinq squelettes d&#8217;hommes, de femmes et d&#8217;enfants. Leur étude va permettre de mieux connaître la vie quotidienne des Égyptiens sous le règne d&#8217;Akhénaton et peut-être de comprendre pourquoi la civilisation qu&#8217;il a fondée ne lui a pas survécu.</p>
<p><strong>Rediffusions :</strong><br />
29.11.2009 à 14:50<br />
02.12.2009 à 10:45</p>
<p><a href="http://www.arte.tv">www.arte.tv</a></p>
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=pbBbrhQ4WQA">http://www.youtube.com/watch?v=pbBbrhQ4WQA</a></p>
<p>&#160;</p>
</div>]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Religions monothéistes]]></title>
<link>http://sociorel.wordpress.com/2009/11/13/religions-monotheistes/</link>
<pubDate>Fri, 13 Nov 2009 20:19:13 +0000</pubDate>
<dc:creator>A.-L. Zwilling</dc:creator>
<guid>http://sociorel.wordpress.com/2009/11/13/religions-monotheistes/</guid>
<description><![CDATA[Mercredi 9 décembre 2009, à 18h30, à l&#8217;IESR, Dominique AVON (professeur d&#8217;histoire à l]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<div class='snap_preview'><p>Mercredi 9 décembre 2009, à 18h30, à l&#8217;IESR, Dominique AVON (professeur d&#8217;histoire à l&#8217;université du Maine, chercheur au sein du laboratoire CERHIO-LHAMANS) présentera son ouvrage <em>Les religions monothéistes, des années 1880 aux années 2000</em> (Ellipses, 2009). Le discutant sera Denis PELLETIER, directeur d’études à l’EPHE. Plus d&#8217;infomations, ainsi qu&#8217;une présentation de l&#8217;ouvrage, se trouvent sur le <a title="vers le site de l'IESR" href="http://www.iesr.ephe.sorbonne.fr/index6017.html" target="_blank">site de l&#8217;IESR</a>.</p>
</div>]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[De godheid van Jezus - JHWH en de uittocht]]></title>
<link>http://wilmers.wordpress.com/2009/10/23/de-godheid-van-jezus-jhwh-en-de-uittocht/</link>
<pubDate>Fri, 23 Oct 2009 15:55:26 +0000</pubDate>
<dc:creator>wilmerb</dc:creator>
<guid>http://wilmers.wordpress.com/2009/10/23/de-godheid-van-jezus-jhwh-en-de-uittocht/</guid>
<description><![CDATA[De vorige post sloot ik af met zoiets als een tegenstelling, een tegenstelling die voor echte Feyeno]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<div class='snap_preview'><p>De vorige post sloot ik af met zoiets als een tegenstelling, een tegenstelling die voor echte Feyenoorders als ik, min of meer uit het hart gegrepen is: Israël geeft met <em>woorden</em> uiting aan het geloof in JHWH, maar welke <em>daden </em>van JHWH zijn daar precies de reden voor? Nu is misschien wel één van de belangrijkste kenmerken van JHWH dat die tegenstelling in hemzelf absoluut geen tegenstelling is. Zijn woord <em>is</em> daad. Hij sprak en het was er en het was goed. In Gods woord zit dus daadkracht, een patroon dat in de Bijbel steeds weer terugkeert.</p>
<p>Bijvoorbeeld als het gaat over de uittocht uit Egypte. Typisch zo&#8217;n daad van God waaruit het volk leert wie Hij is en waarin zijn woord steeds weer daad blijkt te zijn. De geloofsbelijdenissen over JHWH vormen zich voor een groot deel door die daad. En dat is ook precies de bedoeling blijkt in Exodus 6,6-8. Vlak daarvoor klaagt Mozes bij God: &#8216;waarom hebt u mij hierheen gestuurd? U hebt uw volk niet bevrijd!&#8217; (5,22-23). In reactie daarop belooft JHWH echter drie dingen. Hij geeft: 1) bevrijding van het Egyptische juk, 2) een relatie tussen hem en het volk, 3) ingang in het land dat aan de voorvaders al beloofd is. In vers 7 staat het doel daarvan: &#8216;jullie zullen inzien dat ik, de HEER, jullie God ben, die jullie bevrijdt van de last die je door de Egyptenaren is opgelegd.&#8217; Christopher Wright heeft het vervolgens over een &#8217;stijle leercurve&#8217;, Israël zal nu in rap tempo ontdekken hoe JHWH is. En aan het eind van die leercurve zingen ze het dan ook uit: &#8216;wie onder de goden is uw gelijke Heer? Wie is uw gelijke, zo ontzagwekkend en heilig, wie dwingt zoveel eerbied af met roemrijke daden, wie anders verricht zulke wonderen?&#8217; (Exodus 15,11) Dat is blijkbaar de eerste les die Israël door de uittocht over JHWH leert: hij is onvergelijkbaar, de goden van Egypte konden hem geen tegenstand bieden. En door heel het oude testament heen klinkt dan ook die uitroep: niemand is als u.</p>
<p>In het lied van Exodus 15 wordt ook het koningschap van JHWH bezongen (vers 18). Ik heb al eerder gesignaleerd dat Israël JHWH als koning ziet, maar dat vindt dus blijkbaar ook zijn grond in Gods daad van de uittocht, waarmee hij de koning van Egypte verslaat. Het opvallende aan het koningschap van JHWH is dat hij zijn macht laat gelden ten behoeve van de zwakken en onderdrukten, want het volk Israël werd onderdrukt in Egypte. Juist ook met de herinnering aan die tijd wordt in Deuteronomium 10,14-19 Gods koningschap en zijn zorg en liefde voor het zwakke aan elkaar gekoppeld.</p>
<p>Ook op een andere plek in Deuteronomium, in hoofdstuk 4,32-39, wordt op de bevrijding uit Egypte teruggekeken. Daar wordt nog eens het element van de onvergelijkbaarheid van God benadrukt. Hij is uniek, zo uniek dat een vergelijking met bijvoorbeeld de Egyptische goden zinloos is. Deuteronomium 4,39 stelt dus simpelweg: &#8216;de HEER is de enige God, een ander is er niet.&#8217; Daar gebeurt iets heel bijzonders, want de Bijbel spreekt juist heel vaak over andere goden. En God wordt heel vaak met andere goden vergeleken en blijkt dan onvergelijkbaar te zijn. Maar daarin ligt toch een zekere erkenning van het bestaan van andere goden. Richard Bauckham stelt daarom dat JHWH van een volstrekt andere orde is dan alle andere &#8216;godjes&#8217;. Er is geen andere God als JHWH, omdat er simpelweg geen andere God is. JHWH is <em>de </em>God. In 2 Samuël 7,22 gaat het samen op, eerst wordt de onvergelijkbaarheid van JHWH benadrukt, daarna het feit dat hij uniek is: &#8216;zoals u is er geen, er bestaat geen andere God dan u.&#8217; <em>Israël leert JHWH in de uittocht dus kennen als de onvergelijkbare, unieke God, die als koning oog en hart heeft voor de zwakken en onderdrukten.</em> Dat ze deze kant van JHWH leren kennen komt omdat zij degenen zijn voor wie God opkomt, zij worden bevrijdt. Aan de uittocht zit echter ook een andere kant: de Egyptenaren worden met paard en ruiters in de zee gestort, nadat al hun oudste zonen vermoord zijn. Dat is het oordeel van JHWH en ook daardoor leert het volk – en de volken – hem kennen.</p>
<p>In het verhaal van de uittocht zit namelijk het belangrijke element van de krachtmeting tussen Farao en JHWH. De Farao staat niet toe dat JHWH zeggenschap heeft in zijn land: &#8216;Wie is die HEER, dat ik hem zou gehoorzamen?&#8217; (Exodus 5,2). De plagen die JHWH op Egypte afstuurt gaan vervolgens regelmatig gepaard met een belangrijke boodschap: &#8216;dan zullen jullie weten wie ik ben&#8217;  (vgl. Ex. 7,17; 8,6.18; 9,14.16; 10,2). Ook in de manier waarop Egypte en Farao JHWH leren kennen wordt dus het feit dat JHWH uniek is, de enige God is, benadrukt. En hij is niet maar de God van Israël, maar van heel de wereld en hij wil dat die wereld dat weet. Al moet dat  door een hard oordeel over deze Farao en deze Egyptenaren te vellen. Dat wil niet zeggen dat dit het laatste oordeel over Egypte is, ook zij zullen JHWH als redder leren kennen (zie Jesaja 19,19-25).     </p>
<p>In de volgende post zal ik naar nog zo&#8217;n hoeksteen van de geschiedenis van Israël kijken: de ballingschap. Ook die gebeurtenis zal veel over JHWH laten zien.</p>
</div>]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Belijdenisdienst]]></title>
<link>http://dsjanvisser.wordpress.com/2009/10/19/belijdenisdienst/</link>
<pubDate>Mon, 19 Oct 2009 13:15:42 +0000</pubDate>
<dc:creator>dsjanvisser</dc:creator>
<guid>http://dsjanvisser.wordpress.com/2009/10/19/belijdenisdienst/</guid>
<description><![CDATA[Afgelopen zondag hebben zes jongeren uit onze gemeente openbare belijdenis van het geloof gedaan. He]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<div class='snap_preview'><p><!--[if !mso]&#62; &#60;!  v\:* {behavior:url(#default#VML);} o\:* {behavior:url(#default#VML);} b\:* {behavior:url(#default#VML);} .shape {behavior:url(#default#VML);} --> <!--[endif]--><img class="alignleft size-full wp-image-72" title="handen" src="http://dsjanvisser.wordpress.com/files/2009/10/handen.png" alt="handen" width="239" height="210" />Afgelopen zondag hebben zes jongeren uit onze gemeente openbare belijdenis van het geloof gedaan. Het was een prachtige dienst waarin ze zelf een groot aandeel hebben gehad. Ze hebben de dienst voorbereid, ze hebben gezongen, gelezen, voorgedragen en verteld van hun geloof. Werkelijk te gek! Deze jongeren hebben duidelijk zelf de stap gezet en ik vind het een hele eer dat ik hieraan op mijn manier bij het mogen dragen.</p>
<p>Ik heb in de dienst gepreekt over Deuteronomium 6,4 en 1 Johannes 4,15. De eerste tekst is de belijdenis van Israël: &#8220;Luister, Israël, de Heer, uw God, de Heer is de enige!&#8221; De tweede tekst is een belijdenis van de kerk: &#8220;Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem en hij in God.&#8221; In de preek heb ik de spanning opgeroepen tussen het meergodendom (polytheïsme) en de christelijke belijdenis van de plaats van Jezus als zoon van God. Van veel kanten wordt daar juist kritiek op geleverd (vanuit Jodendom, Islam, maar ook vanuit moderne spiritualiteit: Jezus is gewoon mens!). In de preek heb ik me afgevraagd waarom de kerk vasthoudt aan deze belijdenis en wat de relevantie daarvan is voor ons eigen leven. Er is een onderzoeker <em>Forer</em> die een heel interessant psychologisch onderzoek gedaan heeft. Dat onderzoek heb ik gebruikt. De uitleg daarvan door Derren Brown vind je hier: <a href="http://www.youtube.com/watch?v=btP_vy5cQq4">Derren Brown Cold Reading</a></p>
<p>De dienst is hier (onder Lexmond, 18-10-2009 09:30 uur te beluisteren): <a href="http://www.kerkomroep.nl/#kerk.php?mp=10274">preek 18-10-2009</a></p>
</div>]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Snipper #18: De boom van de mythologie]]></title>
<link>http://antondewit.wordpress.com/2009/10/15/snipper-18-de-boom-van-de-mythologie/</link>
<pubDate>Thu, 15 Oct 2009 10:48:48 +0000</pubDate>
<dc:creator>Anton de Wit</dc:creator>
<guid>http://antondewit.wordpress.com/2009/10/15/snipper-18-de-boom-van-de-mythologie/</guid>
<description><![CDATA[Wie mythen niet begrijp, begrijpt de mensheid niet. Maar, zo stelt G.K. Chesterton in onderstaand fr]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<div class='snap_preview'><p>Wie mythen niet begrijp, begrijpt de mensheid niet. Maar, zo stelt G.K. Chesterton in onderstaand fragment (volgend op <a href="http://antondewit.wordpress.com/2009/09/14/snipper-17-de-architectuur-van-luchtkastelen/" target="_blank">dit</a> fragment), het zou van evenveel onbegrip getuigen om de mythen van de heidenen als &#8216;religie&#8217; te bestempelen.</p>
<p><!--more--></p>
<div id="attachment_1110" class="wp-caption alignright" style="width: 251px"><img class="size-medium wp-image-1110" title="olympus" src="http://antondewit.wordpress.com/files/2009/10/olympus.jpg?w=241" alt="Griekse Goden op de Olympus " width="241" height="300" /><p class="wp-caption-text">Griekse goden op de Olympus </p></div>
<blockquote><p>Dit is de hoge en machtige boom die mythologie heet, die zich over de gehele wereld vertakt. Onder verschillende hemelen nestelen zich als kleurrijke vogels in zijn gebladerte de kostbare afgoden van Azië en de kleien beelden van Afrika en de koningen en prinsessen uit de sprookjes van het woud; en tussen de wijngaarden en olijftakken verschuilen zich de Laren van de Latijnen; en de wolken van de Olympus dragen de luchtige tronen van de goden van de Grieken. Dit zijn de mythen: en de mens die geen sympathie heeft voor de mythen, heeft geen sympathie voor de mens.</p>
<p>Maar de mens die de meeste sympathie heeft voor de mythen, zal tevens terdege beseffen dat ze nooit een religie zijn geweest, in de zin dat het christendom en zelfs de islam religies zijn. Ze bevredigen sommige behoeften die een religie ook bevredigt; vooral de behoefte om bepaalde dingen op bepaalde data te doen, de behoefte aan de nauw verwante noties van festiviteit en formaliteit. Maar al geven zij de mens een kalender, ze geven hem nog geen credo. Geen mens stond ooit op om te zeggen “Ik geloof in Jupiter en Juno en Neptunus”, enzovoort, zoals er wel mensen zijn die opstaan en zeggen “Ik geloof in God, de almachtige Vader”, en de rest van de Geloofsbelijdenis der Apostelen. Velen geloofden in sommige goden en niet in andere, of meer in sommige en minder in andere, of enkel op een uiterst vage poëtische wijze in allemaal. Maar nooit waren ze allen verenigd in een orthodoxe orde waarvoor mensen bereid waren te strijden en te lijden.</p>
<div id="attachment_1111" class="wp-caption alignleft" style="width: 199px"><img class="size-medium wp-image-1111" title="thor" src="http://antondewit.wordpress.com/files/2009/10/thor.jpg?w=189" alt="Thor neemt het op tegen een reus." width="189" height="300" /><p class="wp-caption-text">Thor neemt het op tegen een reus.</p></div>
<p>Evenmin – nee, minder nog – waren er ooit mensen die zeiden: “Ik geloof in Odin en Thor en Freya”, want buiten de Olympus wordt zelfs de Olympische orde mistig en chaotisch. Het lijkt me duidelijk dat Thor helemaal geen god was, maar een held. Niets dat op een religie lijkt zou ooit iemand die op een god lijkt afbeelden als een dwerg die dwaalt in een grote grot, die later de handschoen van een reus blijkt te zijn. Dat duidt op de glorieuze onwetendheid van het avontuur. Thor was wellicht een grote avonturier, maar hem een god noemen is hetzelfde als Jahweh vergelijken met Japie en de Bonenstaak. Odin lijkt een werkelijk bestaande barbarenleider geweest te zijn, mogelijk uit de Donkere Eeuwen na het christendom.</p>
<p>Polytheïsme vervaagt geleidelijk en vervluchtigt in sprookjes en heidense herinneringen. Het is onvergelijkbaar met het monotheïsme dat door serieuze monotheïsten wordt gekoesterd. Nogmaals, het bevredigt de behoefte om een verheven naam of nobele gedachte uit te roepen op momenten die in zichzelf nobel en verheven zijn, zoals de geboorte van een kind of de redding van een stad. Maar de naam werd zo gebruikt door talloze mensen voor wie het slechts een naam was. Uiteindelijk bevredigde het, tenminste gedeeltelijk, iets dat inderdaad diep menselijk is; het idee van iets opgeven dat het bezit is van ongekende krachten; van wijn uitgieten over de grond, van een ring in de zee gooien; in één woord, van het offer. Het is het wijze en waardevolle idee om onze gaven niet volledig uit te putten; om iets in de andere schaal van de balans te leggen, als tegenwicht voor onze dubieuze trots, om tienden te betalen aan de natuur voor ons land. Deze diepe waarheid van het gevaar van onbeschoftheid, of van te grote schoenen aantrekken, loopt door alle Griekse tragedies en maakt die groots. Maar zij loopt hand in hand met een haast cryptisch agnosticisme over de ware aard van de goden, die tevreden gesteld moeten worden. Daar waar het gebaar van overgave het gulst is, als bij de grote Grieken, treedt het duidelijkst het idee op de voorgrond dat de mens die een os verliest beter af is dan de god die hem krijgt.</p>
<div id="attachment_1112" class="wp-caption alignright" style="width: 190px"><img class="size-medium wp-image-1112 " title="altar-to-the-unknown-god" src="http://antondewit.wordpress.com/files/2009/10/altar-to-the-unknown-god.jpg?w=300" alt="Een Romeins altaar aan de onbekende God, zoals Paulus die ook in Griekenland aantrof." width="180" height="160" /><p class="wp-caption-text">Een Romeins altaar aan de onbekende God, zoals Paulus dat ook in Griekenland aantrof.</p></div>
<p>Er wordt wel gesteld dat in de grovere varianten op dit offergebruik de groteske suggestie bestaat dat de god het offer ook daadwerkelijk opeet. Maar deze stelling kan ontkracht worden door te wijzen op de vergissing waar ik al eerder over heb geschreven in deze beschouwing over mythologieën; namelijk het verkeerd begrijpen van de psychologie van de dagdroom. Een kind dat doet alsof er een aardmannetje in een holle boom woont, zal daar op onbeholpen en tastbare wijze uiting aan geven, bijvoorbeeld door een koekje voor hem achter te laten. Een dichter drukte zich wellicht met meer waardigheid en elegantie uit, door vruchten en bloemen voor de goden te brengen. Maar de mate van ernst in beide handelingen kan hetzelfde zijn of juist in iedere mate variëren. De onbeholpen fantasie is niet meer of minder een geloofsbelijdenis dan de verfijnde fantasie dat is. De heiden is zeker geen ongelovige zoals de atheïst dat is, evenmin als hij een gelovige is zoals de christen dat is. Hij vermoedt de aanwezigheid van machten waarover hij gist en fantaseert. Paulus zei dat de Grieken één altaar hadden voor een onbekende god<a id="ref1" href="#1">[1]</a>. Maar in werkelijkheid waren al hun goden onbekende goden. En de werkelijke breuk in de geschiedenis vond plaats toen Paulus hen vertelde wie ze in hun onwetendheid aanbeden hadden.</p></blockquote>
<p><a id="1" href="#ref1">[1]</a> Zie: <a href="http://www.bijbel.net/wb/?Hn%2017,23" target="_blank">Hn. 17:22</a>.</p>
<p>Uit: G.K. Chesterton, <a style="color:#5b211a;text-decoration:none;" href="http://gutenberg.net.au/ebooks01/0100311.txt" target="_blank">The Everlasting Man</a>, deel 1, hoofdstuk 5. Vertaling &#38; noten: moi. Waarom? <a style="color:#5b211a;text-decoration:none;" href="http://antondewit.wordpress.com/2008/12/02/de-wijsheid-van-chesterton/" target="_blank">Daarom</a>!</p>
</div>]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[L&#39;Art de la lecture]]></title>
<link>http://fructidor.wordpress.com/2009/10/08/lart-de-la-lecture/</link>
<pubDate>Thu, 08 Oct 2009 12:43:55 +0000</pubDate>
<dc:creator>Jean-Pascal de La France</dc:creator>
<guid>http://fructidor.wordpress.com/2009/10/08/lart-de-la-lecture/</guid>
<description><![CDATA[J’ai l’impression qu’on lit les œuvres artistiques comme des archives. J’ai l’impression qu’on les p]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<div class='snap_preview'><p>J’ai l’impression qu’on lit les œuvres artistiques comme des archives. J’ai l’impression qu’on les pointe du doigt, comme on le fait d’un objet inanimé, pour être bien certain de les saisir. J’ai l’impression qu’on met les œuvres artistiques, les cas scientifiques et les cas philosophiques sur un graphique en traçant les segments de sa prétendue forme selon différents paramètres.</p>
<p>Car pour plusieurs, ce semble être le déplacement vers un lieu qui constitue le voyage, et non pas l’air et l’ambiance du lieu de destination. Pour plusieurs, la route est plus importante que l’atmosphère des lieux qu’on a traversé. Peut-être est-ce pour cette raison que plusieurs personnes voyagent avec les fenêtres fermées et l’air climatisé à fond durant l’été. Et pour ces mêmes personnes, il semble être nécessaire d’avoir lu un livre d’une couverture à l’autre : ce transport est pour eux un voyage. Pour plusieurs, l’art est un pèlerinage sous l’œil géométrisant d’un Dieu unique.</p>
<p>Or, aucun artiste ne mérite d’être aimé ou respecté selon les conventions, tout simplement parce que les artistes dont on daigne admirer les œuvres aujourd’hui ne respectèrent pas les conventions de jadis. Alors, pas questions de moraliser autrui en prétendant bêtement qu’on n’a pas « lu » telle ou telle œuvre parce qu’on ne l’a pas terminée.</p>
<p>Je n’ai jamais cru en l’amour platonique. Je me dis que c’est un leurre. Je me dis que c’est un décompte, une arithmétique, une géométrie qu’on a trop pris au sérieux. Et je me le dis parce que j’ai vécu autant dans cet erreur tautologique qu’en en étant libéré, puisque maintenant je respire. Alors, pourquoi aimer l’idée d’un auteur plus que son odeur ? C’est pour cette raison que j’aurais préféré connaître le cul et le souffle orgasmique de Kant que d’avoir à subir ses pénibles développements mécaniques. (Et encore, je me demande s’il savait jouir…)</p>
<p>Et de là vient toute ma répugnance pour les universités. Ce sont des groupes d’immeubles isolés, chirurgicaux, scolastiques qui n’y présentent que des cadavres noyés par les sources. Car la nécessité référentielle qu’elle prône fait dire de force à ses sujets (les étudiants) : « Tu n’es rien par rapport à ce qui est déjà mort. Un artiste ou un penseur doit être mort pour qu’on le cite. Et on doit déterrer des vestiges pour qu’ils soient une partie dont on cherche le tout. » Or, il suffit de prendre le temps de saisir les auteurs qu’ils citent pour se rendre compte que tout ceux qu’ils étudient et utilisent à leur compte ont vécu ce qu’ils font subir aux auteurs de demain. De Socrate à Nietzsche en passant par Bizet et Machiavel. Même Mozart a dû subir les critiques des singes-savants de son temps ! Alors, on voit bien que les universitaires, singes-savants contemporains, font des auteurs du passé des martyrs en les sanctifiants, parce qu’ils excluent eux-mêmes ceux du présent en les diabolisant. C’est peut-être pour se faire pardonner après tout qu’ils sont si aimables avec le passé.</p>
<p>Or, je ne sais pas pourquoi on essaie de nous faire croire que l’université est quelque chose de sérieux, de nécessaire. Ce n’est pourtant qu’une immense imprimante à diplômes. Une manufacture à prétentions… servant à formater des ouvriers de manufactures.</p>
<p>Revenons à la lecture. Ne pourrait-elle pas se faire selon le goût, les odeurs, les ambiances, les modulations de ce monde ? Peut-être que nous pourrions butiner les livres, les musiques, les œuvres. Peut-être que si la synesthésie existe, l’atmosphère existe dans un livre qui vit, sans se limiter à une vulgaire association. Peut-être les œuvres respirent-elles. Peut-être pouvons-nous sentir l’haleine de l’auteur. Et peut-être que l’histoire ou le propos de l’œuvre ne sont qu’une chose négligeable. Au fond, peu importe le sens du livre si on devine sa senteur. Peu importe la lourdeur du développement s’il y a la légèreté de l’odeur. En autant qu’il y ait du corps…</p>
<p>Évidemment, il n’est pas nécessaire de lire une œuvre en entier pour saisir son ton et son contenu. Dès les premières lignes de Kant, on sait très bien où il veut en venir. Alors pourquoi s’y enfoncer ? Pourquoi s’enfermer dans un cercueil de notre vivant.</p>
<p>Bien sûr, il y a l’ennui. Car je me dis que nous devons nous ennuyer sérieusement pour s’occuper à s’humilier et à s’engouffrer avec des œillères dans des spécialisations de plus en plus précises, pointues, serrées. Qu’est-ce qu’on en a à foutre de tout le langage que s’est donné l’analyse littéraire et toute la discussion scolastique qui s’en suit ? Ça donnera de la meilleure littérature ?</p>
<p>Toutefois, semblerait-il que nous devons respecter tout le monde. Semblerait-il qu’on devient vilain quand on se sent attaquer personnellement. Semblerait-il que je viens d’attaquer plusieurs universitaires en écrivant ce que j’ai écrit. Semblerait-il que l’erreur est un manque de respect (d’ailleurs, je me demande sur quelle base les professeurs corrigent alors).</p>
<p>Donc,  je me dis que même si nous sommes uniquement différents, eux et moi, le nombre de ces gens étant plus important quantitativement, on finira par traiter le propos de ce groupe comme une vérité. « Ce ne doit pas être fou comme idée si tant de gens la prône. » C’est vrai. Et ce n’était pas fou comme idée de vouloir la mort de Socrate et de voter pour le parti de Hitler sous la République de Weimar ?</p>
<p>On me dira que non, on me dira que ce n’est pas la même chose ou on me sortira une statistique pour me rappeler que Hitler, le Diable moderne (l&#8217;autre n&#8217;étant plus à la mode), n’a pas été élu par une <em>vraie</em> démocratie. Cependant, véritables démocrates, je n’ai jamais vu un système idéal se concrétiser sauf en étant idéalisé à son tour, et puis les autres exemples historiques et actuels abondent en un nombre si grand que celui qui osera me faire chier devra colmater longtemps les fondements fissurés d’un édifice autant usé que le leur. Dans plusieurs cas historiques, les individus se sont prononcés en grand nombre et ce n’en était pas assez qu’il fallait en plus les avoir écoutés.</p>
<p>Et de toutes façons, ça me fait toujours un peu chier de m’attarder à un cas particulier ou factuel. Car si on a à se souvenir de quelque chose, c’est notamment parce qu’on l’a déjà vécu. Peut-être portons-nous l’Histoire en soi et que seule si la présence du Colisée est effective, nous le prendrons en considération. Peut-être que finalement l’histoire (la discipline) n’est qu’un énorme songe littéraire, qu’une réminiscence écrite. En tout cas, ce n’est sûrement pas une science sociale comme on voudrait le croire.</p>
<p>Et c’est peut-être pourquoi les œuvres que l’on veut savourer sont conservées : parce qu’elles ont un parfum que l’on peut retrouver. Elles subsistent, elles vivent parce qu’elles respirent le même air que celui du temps. Et je ne parle pas ici d’actualité, mais plutôt d’une odeur que l’on retrouve dans sa vie et qui les rend concevables. Comme il n’y a pas d’actes désintéressés, il n’y a pas de connaissance désintéressée.  En réalité, une œuvre inspirante est toujours une œuvre concevable : elle a été conçue et elle pourrait toujours l’être.</p>
<p>Par exemple, je trouve tout à fait incroyable que les historiens cherchent à expliquer le cas des débuts du christianisme comme une matière (le christianisme) qui se répandrait (calcul physique) dans l’Empire romain (espace physique) selon différentes propriétés et paramètres (les voies romaines, les épîtres de Paul, etc). En fait, je trouve ridicule qu’on fasse d’un cas de spiritualisation un élément isolé en laboratoire. C’est comme si on craignait que le message chrétien ne fut pas donné par quiconque. C’est comme si on refusait le tragique de la situation : on ne pouvait qu’être séduit par le christianisme, sans effort. C’est comme si on niait l’existence du caractère de l’homme et toutes ses émotions : la peur, la rage, l’orgueil, etc. C’est comme si on croyait encore au christianisme et à sa force.</p>
<p>Car ce dût être tout un choc pour le Romain de l’époque de se faire dire qu’il n’y avait qu’un seul Dieu ! Moi, sincèrement, j’aurais pété la gueule à celui qui aurait osé me dire que Bacchus n’existe pas. Et même si ce Romain fut une femme ou un esclave (réputés pour être facilement séduits par le « message du Christ »), il fallait encore qu’il accepte l’idée d’un seul Dieu ! Il fallait donc que cette idée d’un seul Dieu soit concevable, qu’elle puisse être vue au quotidien. Qu’elle puisse se moduler dans une fonction présente et être perçue ensuite comme spirituelle. Il fallut peut-être qu’il y eut un seul Empereur sous lequel nous étions tous réunis sous la même loi et qui devenait de plus en plus déifié pour qu’on puisse le concevoir cet unique Dieu. Un seul Empire, un seul Royaume des Cieux.</p>
<p>Nous pourrions aussi dire : un seul empereur égyptien, un seul Aton.</p>
<p>Ainsi, une question devrait donc sous-tendre tout cas historique suscitant l’intérêt : comment est-ce que ce fut concevable ?</p>
<p>Comment est-ce que ce fut concevable de se convertir au christianisme dans la Rome Antique ? Comment est-ce que ce fut concevable pour plusieurs canadiens-français de se coucher sur les Plaines d’Abraham ? Comment est-ce que ce fut concevable de créer un état marxiste… en Chine ? Comment est-ce que ce fut concevable d’inventer la machine à vapeur ? Et au bout de toutes ces questions : comment est-ce que concevable que je me pose cette question ?</p>
<p>Eh bien ! Voilà pourquoi les œuvres artistiques, tout comme les cas scientifiques ou philosophiques, doivent êtres butinés. Car s’ils sont concevables, c’est qu’il faut plus se fier à leur part de vitalité qu’à leur image de matières mortes. Ce ne sont surement pas les cadavres qui vont nous dire quoi faire. Ce ne sont pas les cadavres non plus qui sont les plus légers à porter. Ce ne sont pas les cadavres qui nous permettent de mieux sonder l’avenir.</p>
<p>Voilà donc pourquoi je ne respecte pas les œuvres. Et voilà pourquoi Montaigne, Gide et Voltaire peuvent être lus comme on boit un espresso.</p>
</div>]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Les écoles privées ne s'y retrouvent plus]]></title>
<link>http://gido0915.wordpress.com/2009/10/05/les-ecoles-privees-ne-sy-retrouvent-plus/</link>
<pubDate>Mon, 05 Oct 2009 17:29:24 +0000</pubDate>
<dc:creator>gido0915</dc:creator>
<guid>http://gido0915.wordpress.com/2009/10/05/les-ecoles-privees-ne-sy-retrouvent-plus/</guid>
<description><![CDATA[De nos jours de moins en mois moins de français son pratiquants et le pouvoir de la religion s’estom]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<div class='snap_preview'><p>De nos jours de moins en <span style="text-decoration:line-through;">mois</span> <span style="color:#ff0000;">moins</span> de français son pratiquants et le pouvoir de la religion s’estompe peu à peu. Pourtant<span style="color:#ff0000;">, </span>les écoles catholiques sont toujours présentes, et elles ont de plus en plus de mal à s’habituer et à comprendre leur rôle. Car celles-ci fonctionnent avec des fonds publics et est par conséquent obliger d’accepter tout le monde ;  les croyants de toute religion comme  les athées. Il est alors difficile de faire correspondre les attentes de chacun au programme scolaire et aux différents ateliers.</p>
<p>Si le nombre d’élèves est en hausse dans les écoles privées, la catéchèse voit diminuer chaque année un <span style="text-decoration:line-through;">peux </span><span style="color:#ff0000;"> peu</span> plus  ses effectifs. On estime que  seulement 14 % des familles envoient leurs enfants dans ces établissements pour des raisons religieuses. Si la majorité des élèves ne sont pas à l’école pour des raisons religieuses, c’est que les familles pensent trouver en celles-ci un enseignement  plus rigoureux, de meilleures qualités et un encadrement plus poussé que dans les écoles <span style="text-decoration:line-through;">public </span><span style="color:#ff0000;">publiques</span>.</p>
<p>Les responsables des écoles sont bien souvent désarmés face à ses chiffres<span style="color:#ff0000;">, </span>car ils sont pour la <span style="text-decoration:line-through;">plus part </span> <span style="color:#ff0000;">plupart</span> attachés à l&#8217;image évangélique. C’est pourquoi il se <span style="text-decoration:line-through;">créer </span><span style="color:#ff0000;">crée</span> aujourd’hui un phénomène marginal du «catho d&#8217;abord». Une centaine d’établissements on<span style="color:#ff0000;">t</span> ouverts<span style="color:#ff0000;">, </span>mais sans pour autant être dépendant de l’état et devoir respecter la règle du tout public.</p>
<p>Ce nouveau phénomène inquiète les responsables diocésains, surtout à cause <span style="color:#ff0000;">de </span>la faible culture religieuse que possèdent certains enseignants de ces nouvelles écoles. Car pour beaucoup ils sont venus enseigner dans ces école<span style="color:#ff0000;">s </span>pour le côté pratique, ils peuvent ainsi exercer dans la région où ils ont réussi leur concours, évitant ainsi d&#8217;être envoyés dans des établissements publics difficiles ou d&#8217;être éloignés de leur conjoint. Les responsables de l’enseignement catholique  veulent alors prendre en main la formation et le recrutement de leurs enseignants.</p>
<p><span style="font-size:medium;">Sources:</span></p>
<p><span style="font-size:medium;">Le Figaro,</span>30/09/2009</p>
<p>URL :<a href="http://www.lefigaro.fr/actualite-france/2009/09/30/01016-20090930ARTFIG00397-l-enseignement-catholique-veut-retrouver-ses-valeurs-.php">http://www.lefigaro.fr/actualite-france/2009/09/30/01016-20090930ARTFIG00397-l-enseignement-catholique-veut-retrouver-ses-valeurs-.php</a></p>
<p>20minutes, 28.09.2009</p>
<p>URL : http://www.20minutes.fr/article/350841/France-Financement-de-l-ecole-privee-Une-veritable-entree-dans-une-logique-liberale.php</p>
<p style="text-align:right;"><span style="color:#888888;">CORRECTEUR: KENZA LAOUARI </span></p>
</div>]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Google Books]]></title>
<link>http://pharisienlibere.wordpress.com/2009/09/26/google-books/</link>
<pubDate>Sat, 26 Sep 2009 08:08:05 +0000</pubDate>
<dc:creator>pharisienlibere</dc:creator>
<guid>http://pharisienlibere.wordpress.com/2009/09/26/google-books/</guid>
<description><![CDATA[Au moment où les éditions La Martinière et le syndicat des éditeurs francophones attaque HGoogle boo]]></description>
<content:encoded><![CDATA[Au moment où les éditions La Martinière et le syndicat des éditeurs francophones attaque HGoogle boo]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[De godheid van Jezus - JHWH is de enige]]></title>
<link>http://wilmers.wordpress.com/2009/09/22/de-godheid-van-jezus-jhwh-is-de-enige/</link>
<pubDate>Tue, 22 Sep 2009 19:48:47 +0000</pubDate>
<dc:creator>wilmerb</dc:creator>
<guid>http://wilmers.wordpress.com/2009/09/22/de-godheid-van-jezus-jhwh-is-de-enige/</guid>
<description><![CDATA[Bijna een maand geleden heb ik beloofd te gaan schrijven over de godheid van Jezus. Door getwijfel e]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<div class='snap_preview'><p>Bijna een maand geleden heb ik beloofd te gaan schrijven over de godheid van Jezus. Door getwijfel en getreuzel is daar tot nu toe niks van gekomen. En dan kan een maand snel voorbij zijn. Nu staat echter niks meer in de weg om erover te schrijven.</p>
<p>Om te ontdekken of Jezus als God gezien wordt door de schrijvers van het Nieuwe Testament is het belangrijk om te ontdekken welke ideeën zij over God hebben. Omdat die schrijvers voor een aanzienlijk deel Joden zijn ligt het voor de hand om in hun geschriften over God op zoek te gaan naar hun godsbeeld. In het Oude Testament dus.</p>
<p>Een kerntekst in de Joodse overtuiging over God is Deuteronomium 6,4 waar staat: &#8216;Luister, Israël: JHWH, onze God, JHWH is de enige!&#8217; Deze tekst functioneert voor de Joden als een geloofsbelijdenis. Een geloofsbelijdenis die het volk onderscheidt van buurvolken, want alle volken rondom Israël kennen vele goden. Maar de Israëlieten claimen dat hun God de enige God is. En die God heet JHWH.</p>
<p>Die claim is niet maar een overmoedige schreeuw om aandacht. Die claim is gefundeerd in een diepgeworteld geloof dat JHWH de schepper is van de wereld. En dat is de reden dat hij de enige is: alles in het universum is van hem.</p>
<p>Tegelijkertijd wordt JHWH heel expliciet <em>onze </em>God genoemd: hij is de God van Israël en niet de God van Moab, Assyrië of Babylon. Dat weten de Israëlieten zo zeker omdat ze JHWH kennen als de God van Abraham, Isaak en Jakob, oftewel: de God van het verbond. JHWH heeft Abraham geroepen en met hem <em>en zijn nakomelingen</em> een verbond gesloten. JHWH is dus de God van de Israëlieten, die kinderen van Abraham zijn.</p>
<p>Vanuit Deuteronomium 6,4 trek ik een eerste conclusie in drie delen: 1) JHWH is de enige God, 2) hij is de schepper van heel de wereld en 3) hij heeft een verbond met Israël.</p>
</div>]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Loi sur le Blasphème au Pakistan]]></title>
<link>http://pharisienlibere.wordpress.com/2009/09/03/loi-sur-le-blaspheme-au-pakistan/</link>
<pubDate>Thu, 03 Sep 2009 10:29:58 +0000</pubDate>
<dc:creator>pharisienlibere</dc:creator>
<guid>http://pharisienlibere.wordpress.com/2009/09/03/loi-sur-le-blaspheme-au-pakistan/</guid>
<description><![CDATA[Le Comité central du Conseil Œcuménique des Églises réuni à Genève du 26 août au 2 septembre 2009 a ]]></description>
<content:encoded><![CDATA[Le Comité central du Conseil Œcuménique des Églises réuni à Genève du 26 août au 2 septembre 2009 a ]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Benoît XVI rencontre les musulmans et invite à surmonter les conflits du passé]]></title>
<link>http://spqr7.wordpress.com/2009/08/27/benoit-xvi-rencontre-les-musulmans-et-invite-a-surmonter-les-conflits-du-passe/</link>
<pubDate>Thu, 27 Aug 2009 02:41:21 +0000</pubDate>
<dc:creator>spqr</dc:creator>
<guid>http://spqr7.wordpress.com/2009/08/27/benoit-xvi-rencontre-les-musulmans-et-invite-a-surmonter-les-conflits-du-passe/</guid>
<description><![CDATA[Benoît XVI est le premier pape à entrer dans la mosquée du Dôme du Rocher sur l'Esplanade des Mosqué]]></description>
<content:encoded><![CDATA[Benoît XVI est le premier pape à entrer dans la mosquée du Dôme du Rocher sur l'Esplanade des Mosqué]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Le devoir des croyants envers Dieu, pas seulement dans le culte]]></title>
<link>http://spqr7.wordpress.com/2009/08/13/le-devoir-des-croyants-envers-dieu-pas-seulement-dans-le-culte/</link>
<pubDate>Thu, 13 Aug 2009 02:27:14 +0000</pubDate>
<dc:creator>spqr</dc:creator>
<guid>http://spqr7.wordpress.com/2009/08/13/le-devoir-des-croyants-envers-dieu-pas-seulement-dans-le-culte/</guid>
<description><![CDATA[Le centre Notre Dame de Jérusalem, dans le coeur même de la ville sainte Rencontre interreligieuse à]]></description>
<content:encoded><![CDATA[Le centre Notre Dame de Jérusalem, dans le coeur même de la ville sainte Rencontre interreligieuse à]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Sajak Monotheism dan Pantheism..]]></title>
<link>http://linggahindusblog.wordpress.com/2009/07/11/sajak-monotheism-dan-pantheism/</link>
<pubDate>Sat, 11 Jul 2009 01:50:06 +0000</pubDate>
<dc:creator>linggawardanasahajakers</dc:creator>
<guid>http://linggahindusblog.wordpress.com/2009/07/11/sajak-monotheism-dan-pantheism/</guid>
<description><![CDATA[marilah katakan Ia adalah satu sahaja&#8230; maka marilah katakan Ia milik sesuatu sahaja&#8230; dan]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<div class='snap_preview'><p>marilah katakan Ia adalah satu sahaja&#8230;<br />
maka marilah katakan Ia milik sesuatu sahaja&#8230;<br />
dan rebahkan diri pada suatu keseimbangan makna&#8230;<br />
dan sikap-sikap cinta melebihkanNya&#8230;<br />
terasa bagai suatu kebanggan akan Ia yang hanya sendiri sahaja&#8230;</p>
<p>langitan&#8230;ayahanda&#8230;Ia di atas sana&#8230;<br />
bagai para pemberani yang menghendaki kedaulatan atas Ia&#8230;<br />
hanyalah satu sahaja di muka dunia&#8230;<br />
junjung segalaNya pada suatu laksa&#8230;<br />
hancurkan yang lecehkan sang WIRA CHARIta&#8230;</p>
<p>penghancuran segala penghancuran&#8230;<br />
hmmm harumkan (kah)&#8230;IA&#8230;<br />
namun sampai kapan pemusnahan bergantung pada suatu pengikut&#8230;<br />
dan dogma-dogma pembenaran&#8230;</p>
<p>dan di satu sisi&#8230;<br />
panthenugraha wacana&#8230;<br />
hendaki Ia menghilang bagai suatu rahasia menggenap asa&#8230;<br />
dan suatu waktu pembebasan akan merahga jiwa&#8230;<br />
bumi&#8230;dogma bumi&#8230;</p>
<p>di setiap garam2 laut adaNya..<br />
di setiap butir dan bulir air adaNya..<br />
di setiap renyah rampaian pasir adaNya&#8230;<br />
di setiap lelaku dan kiasan cerita dunia ada Nya&#8230;</p>
<p>maka siapa di atas sana..??<br />
mengapa kau bela..dan kami berbela sungkawa&#8230;<br />
aaah..biarkan suatu karma berjalan pada suatu rahga dunia kita&#8230;.<br />
toh biarkan sahaja&#8230;</p>
<p>kita ada dunia yang harus diberikan segelas air merahga&#8230;.<br />
semua punya segala peran-peran tertakdirkan&#8230;<br />
<span>biarkan-biarkan&#8230;resapkan</span>&#8230;<br />
cahaya kesunyatan..kesujatian&#8230;</p>
<p>semua adalah kenyataan..</p>
<p>salam..<br />
gwar&#8230;<br />
(upanishad pembebasan)&#8230;</p>
<p>diambil dari sajak facebook karya penulis&#8230;</p>
</div>]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Snipper #13: Job, Hektor en Brahma]]></title>
<link>http://antondewit.wordpress.com/2009/04/10/snipper-13-job-hektor-en-brahma/</link>
<pubDate>Fri, 10 Apr 2009 08:58:08 +0000</pubDate>
<dc:creator>Anton de Wit</dc:creator>
<guid>http://antondewit.wordpress.com/2009/04/10/snipper-13-job-hektor-en-brahma/</guid>
<description><![CDATA[Het onderstaande fragment vormt het slot van het vierde hoofdstuk van het eerste deel van Chesterton]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<div class='snap_preview'><p>Het onderstaande fragment vormt het slot van het vierde hoofdstuk van het eerste deel van Chestertons <em>Eeuwige mens</em> (het gehele hoofdstuk is nu <a href="http://antondewit.wordpress.com/tag/eeuwige-mens/" target="_blank">via deze link</a> te lezen, snippers 7 t/m 13). Chesterton zinspeelt hier op het ontstaan van het christendom, waarin de onrustige universaliteit van het jodendom en de heroïsche localiteit van het heidendom samenkomen.</p>
<p><!--more--></p>
<div id="attachment_573" class="wp-caption alignright" style="width: 251px"><img class="size-medium wp-image-573" title="mjob0120dore_jobhearingofhisruin" src="http://antondewit.wordpress.com/files/2009/04/mjob0120dore_jobhearingofhisruin.jpg?w=241" alt="De smarten van Job - ets van Gustave Doré" width="241" height="300" /><p class="wp-caption-text">De smarten van Job - ets van Gustave Doré</p></div>
<blockquote><p>Dit unieke bezit [<em>nl. een jaloerse God, zoals in <a href="http://antondewit.wordpress.com/2009/03/28/snipper-12-de-jaloerse-god/" target="_blank">het fragment hiervoor</a> beschreven - AdW</em>] was niet beschikbaar of toegankelijk voor de heidense wereld, omdat het ook het bezit was van een jaloers volk. De joden waren impopulair, deels vanwege de bekrompenheid die al in de Romeinse wereld was opgemerkt, deels wellicht omdat zij toen al de gewoonte hadden om dingen te verhandelen in plaats van ze met eigen handen te maken. Voor een ander deel had het ermee te maken dat het polytheïsme een soort oerwoud was geworden waarin het eenzame monotheïsme gemakkelijk kwijt liep; maar het blijft vreemd je te realiseren hoezeer het ook daadwerkelijk kwijt is geweest. Los van de meer omstreden zaken, bevatte de traditie van Israël zaken die nu de gehele mensheid toebehoren, en die misschien ook toen al de gehele mensheid toebehoorden. Zij hadden één van de reusachtige hoekstenen van onze wereld: het boek Job<a id="ref1" href="#1">[1]</a>. Het kan zich duidelijk meten met de <em>Ilias</em> en de Griekse tragedies, en meer nog dan die verhalen was het een vroege ontmoeting en scheiding van poëzie en filosofie. Het is een plechtig en verheffend aangezicht om die twee eeuwige dwazen, de optimist en de pessimist, vernietigd te zien worden in de dageraad van de tijd. En de filosofie perfectioneert werkelijk de heidense tragische ironie, precies omdat zij meer monotheïstisch en daarom ook mystieker is. Het boek Job beantwoord het mysterie inderdaad met meer mysterie. Job wordt getroost met raadsels, maar hij wordt getroost. Hierin schuilt inderdaad een type, een profetie, van iemand die met gezag spreekt. Want als hij die twijfelt slechts kan zeggen “Ik begrijp het niet”, dan is het waar dat hij die het weet slechts kan antwoorden of herhalen: “Je begrijpt het niet.” En achter die berisping schuilt steeds een zekere hoop in het hart, en een intuïtie dat er iets bestaat dat de moeite waard is te begrijpen. Maar dit machtige monotheïstische gedicht bleef onopgemerkt door de hele antieke wereld, die vergeven was met polytheïstische gedichten. Dat de joden iets als het boek Job voor de intellectuele wereld van de antiquiteit verborgen wisten te houden, tekent de wijze waarop zij steeds alleen waren en hun traditie ongemengd en ongedeeld konden houden. Het is alsof de Egyptenaren in alle bescheidenheid de grote piramides verstopt hadden.</p></blockquote>
<blockquote>
<div id="attachment_574" class="wp-caption alignleft" style="width: 190px"><img class="size-medium wp-image-574 " title="800px-hector_brought_back_to_troy" src="http://antondewit.wordpress.com/files/2009/04/800px-hector_brought_back_to_troy.jpg?w=300" alt="Het lichaam van Hektor wordt naar Troje gedragen - Romeinse sculptuur" width="180" height="124" /><p class="wp-caption-text">Het lichaam van Hektor wordt naar Troje gedragen - Romeinse sculptuur</p></div>
<p>Maar er was een andere reden voor een wederzijds misverstand en een impasse, karakteristiek voor heel het late heidendom. De traditie van Israël had immers slechts de helft van de waarheid te pakken, zelfs als wij de populaire paradox gebruiken en het de grotere helft noemen. In het volgende hoofdstuk zal ik de in de mythologie zo belangrijke liefde voor plaatsen en personen proberen te schetsen. Hier moet ik slechts opmerken dat er een waarheid in schuilde die verscholen bleef, hoewel het een lichtere en minder essentiële waarheid was. De smarten van Job moesten de smarten van Hektor<a id="ref2" href="#2">[2]</a> ontmoeten. Terwijl de eerste de smarten van het universum zijn, zijn de laatste de smarten van de stad; want Hektor kon het slechts verdragen naar de hemel te wijzen als de pilaar van het heilige Troje.</p></blockquote>
<blockquote>
<div id="attachment_575" class="wp-caption alignright" style="width: 253px"><img class="size-medium wp-image-575" title="brahma" src="http://antondewit.wordpress.com/files/2009/04/thai_4_buddies.jpg?w=243" alt="Brahma - Beeld in een Thaise tempel " width="243" height="300" /><p class="wp-caption-text">Brahma - Beeld in een Thaise tempel </p></div>
<p>Als God vanuit de wervelwind spreekt, kan hij net zo goed uit de wildernis spreken. Maar het monotheïsme van de nomaden volstond niet voor al die verschillende beschavingen van velden en hekken en ommuurde steden en tempels en dorpen. De omslag zou komen toen de twee samenkwamen in een meer definitieve en gesettelde religie. In heel die heidense mensenmassa was hier en daar wel een filosoof te vinden aan wiens gedachten een zuiver theïsme ontsproot, maar de macht om de gewoonten van een hele volksstam te veranderen bezat hij niet en dacht hij ook niet te bezitten. Ook vinden wij in dergelijke filosofieën niet echt een zuivere definitie van deze diepe relatie tussen polytheïsme en theïsme. Het dichtst in de buurt komt misschien iets dat wij ver weg van deze beschavingen vinden, verder nog van Rome dan het geïsoleerde Israël. Namelijk dit gezegde uit een hindoeïstische traditie waarover ik ooit hoorde: dat zowel goden als mensen slechts de dromen van Brahma<a id="ref3" href="#3">[3]</a> zijn, die zullen vergaan wanneer Brahma wakker wordt. In een dergelijk beeld schuilt inderdaad iets van de Aziatische ziel dat minder gezond is dan de christelijke ziel. We kunnen het wanhoop noemen, zelfs wanneer zij het zelf vrede noemen. Deze nihilistische noot wordt verderop nog uitgebreider behandeld in de vergelijking tussen Azië en Europa. Het volstaat hier te zeggen dat in een dergelijk goddelijk ontwaken meer ontgoocheling geïmpliceerd is dan in onze overgang van mythologie naar religie. Maar in één opzicht is de beeldspraak toch erg subtiel en precies: namelijk omdat het een disproportie en verstoring tussen het idee van mythologie en van religie veronderstelt, een kloof tussen de twee categorieën. De vergelijkende godsdienstwetenschap stort als een kaartenhuis in elkaar doordat er geen vergelijking mogelijk is tussen God en de goden. Ze zijn niet met elkaar te vergelijken, zoals ook een mens en de mensen die in zijn droom rondlopen niet met elkaar te vergelijken zijn. In het volgende hoofdstuk zal ik pogen het einde van de droom te beschrijven waarin goden rondlopen als mensen. Maar het is onjuist te denken dat het contrast tussen monotheïsme en polytheïsme louter een kwestie is van dat sommige mensen in één god geloven en anderen in meerdere goden. Dan komt de olifantachtige olijkheid van de brahmanistische kosmologie nog dichter bij de waarheid – waarbij je tenminste nog de siddering voelt als je de sluier van de wereld optilt en de veelarmige scheppers ziet, de dieren met stralenkransen op hun tronen, en al de spinnenwebben van verweven sterren en heersers van de nacht, terwijl de ogen van Brahma zich openen als de dageraad van ons aller ondergang.</p></blockquote>
<p><a id="1" href="#ref1">[1]</a> Het oudtestamentische <a href="http://www.bijbel.net/wb/?Job" target="_blank">boek Job</a> heeft een bijzonder grote invloed gehad op Chesterton. In 1907 schreef hij een inleiding bij dit bijbelboek, waarin hij het grote belang ervan nog uitgebreider toelicht. Zie: <a href="http://chesterton.org/gkc/theologian/job.htm">http://chesterton.org/gkc/theologian/job.htm</a></p>
<p><a id="2" href="#ref2">[2]</a> In de Griekse mythologie de grootste krijgsheld van Troje. Ook in het christendom werd Hektor later gewaardeerd; Dante plaatste hem bijvoorbeeld in het vertrek van de Louteringsberg waar de deugdzame 	niet-christenen verblijven.</p>
<p><a id="3" href="#ref3">[3]</a> Brahma is de scheppende &#8216;oppergod&#8217; van het hindoeïsme. De hindoeïstische kosmologie gaat uit van een Alwezen (Ishvara) die in feite een goddelijke drie-eenheid is: schepper (Brahma), onderhouder (Vishnu) en vernietiger (Shiva).</p>
<p>Uit: G.K. Chesterton, <a href="http://gutenberg.net.au/ebooks01/0100311.txt" target="_blank">The Everlasting Man</a>, deel 1, hoofdstuk 4. Vertaling &#38; noten: moi. Waarom? <a href="http://antondewit.wordpress.com/2008/12/02/de-wijsheid-van-chesterton/" target="_blank">Daarom</a>!</p>
</div>]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Le Coran (2)]]></title>
<link>http://islampourlesnuls.wordpress.com/2009/04/06/omegatv-video-esprit-islam-islam-le-coran-est-il-violent/</link>
<pubDate>Mon, 06 Apr 2009 07:52:09 +0000</pubDate>
<dc:creator>Omicron</dc:creator>
<guid>http://islampourlesnuls.wordpress.com/2009/04/06/omegatv-video-esprit-islam-islam-le-coran-est-il-violent/</guid>
<description><![CDATA[more about &#8220;OmegaTV Vidéo &gt; Esprit &gt; Islam &gt; &gt; I&#8230;&#8220;, posted with vodpod]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<div class='snap_preview'><p><span style="display:block;width:425px;margin:0 auto;"> <embed src='http://widgets.vodpod.com/w/video_embed/Groupvideo.2326919' type='application/x-shockwave-flash' AllowScriptAccess='always' pluginspage='http://www.macromedia.com/go/getflashplayer' wmode='transparent' flashvars='' /></span></p>
<div style="font-size:10px;">more about &#8220;<a href="http://vodpod.com/watch/1498877-omegatv-vid%C3%A9o-esprit-islam-islam-le-coran-est-il-violent-?pod=isostome">OmegaTV Vidéo &#62; Esprit &#62; Islam &#62;  &#62; I&#8230;</a>&#8220;, posted with <a href="http://vodpod.com/wordpress">vodpod</a></div>
<p>&#160;</p>
<p><span style="color:#000000;">Ghaleb Bencheickh est porteur de cette rhétorique dont je parle dans la page &#8220;l&#8217;islam décodé ?&#8221;.<br />
Lorsqu&#8217;il cite des versets du Coran sujets à controverse, il utilise un assemblage de mots broussailleux, pseudo-modernes, qui habillent un raisonnement basé, dans cette vidéo, sur les ressemblances entre les divers textes fondateurs des trois monothéismes.<br />
Ghaleb Bencheickh doit cependant répondre à cette question qui fait toute la spécificité du Coran :<br />
Que faire de tous ces versets &#8220;de facture martiale&#8221; qui, dans le Coran, sont sortis de la bouche même d&#8217;Allah et qui ont valeur éternelle, en dehors de tout contexte historique ?<br />
C&#8217;est d&#8217;ailleurs ce qu&#8217;a bien compris Ben Laden, cité dans cette vidéo.</span></p>
<p><span style="color:#000000;"> Allah autoriserait-il le combat et le meurtre quand bien même il s&#8217;agirait de légitime défense ?<br />
Allah lui-même ?<br />
En tant que non-musulman, que penser de cette carte blanche donnée à des &#8220;happy few&#8221; par le créateur de toute chose lui-même ?</span></p>
</div>]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Snipper #12: De jaloerse God]]></title>
<link>http://antondewit.wordpress.com/2009/03/28/snipper-12-de-jaloerse-god/</link>
<pubDate>Sat, 28 Mar 2009 21:49:13 +0000</pubDate>
<dc:creator>Anton de Wit</dc:creator>
<guid>http://antondewit.wordpress.com/2009/03/28/snipper-12-de-jaloerse-god/</guid>
<description><![CDATA[Je hoort het critici nog steeds vaak sneren: de God van het Oude Testament is een inhalige en oorlog]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<div class='snap_preview'><p><img class="alignright" title="De God van het Oude Testament" src="http://facultystaff.richmond.edu/~rreilly/creation.jpg" alt="" width="288" height="209" />Je hoort het critici nog steeds vaak sneren: de God van het Oude Testament is een inhalige en oorlogszuchtige stamgod. Dat is inderdaad zo, zegt G.K. Chesterton in de onderstaande passage (het vervolg van <a href="http://antondewit.wordpress.com/2009/03/23/snipper-11-de-monotheistische-monosyllabe/" target="_blank">dit fragment</a>). Maar we moeten het joodse volk juist op onze blote knietjes bedanken voor die jaloerse God&#8230;</p>
<p><!--more--></p>
<blockquote><p>Dit laatste voorbeeld is zeer relevant voor de volgende stap in het proces. Een wit licht als dat van een verloren ochtendstond omgeeft nog altijd de gestalte van Jupiter, of Pan of de oudere Apollo. En het kan goed zijn, zoals reeds opgemerkt, dat elk van hen ooit een godheid was die zo solitair was als Jehovah of Allah. Zij verloren deze eenzame alomvattendheid door een proces dat ik hier noodzakelijkerwijs moet aanstippen: een proces namelijk van samensmelting dat goed te vergelijken is met wat later syncretisme werd genoemd<a id="ref1" href="#1">[1]</a>. De hele heidense wereld was erop gericht een pantheon te bouwen. Zij lieten steeds meer goden toe, niet alleen goden van de Grieken, maar ook van de barbaren; niet alleen Europese goden, maar ook Aziatische en Afrikaanse. Hoe meer zielen hoe meer vreugd, hoewel sommige goden uit Azië of Afrika niet bepaald vrolijk waren. Ze gaven deze goden een even grote troon als hun eigen goden, en soms identificeerden zij hen zelfs met hun eigen goden. Misschien zagen zij het als een verrijking van hun religieuze leven, maar het betekende het definitieve verlies van wat wij nu religie noemen. Het had tot gevolg dat dat oeroude licht van eenvoud, dat één enkele bron had als de zon, uiteindelijk uitdoofde in een verblindende warboel van conflicterende lichten en kleuren. God is werkelijk aan de goden overgeleverd – in zeer letterlijke zin werden ze hem te veel.</p>
<p>Polytheïsme was daarom echt een soort van ketel waarin de heidenen hun heidense religies hebben laten mengen. En dit is een belangrijk punt in verscheidene oude en nieuwe onenigheden. Het wordt gezien als liberaal en verlicht wanneer men zegt dat de god van de vreemdeling net zo goed kan zijn als onze eigen god. Ongetwijfeld vonden de heidenen zichzelf ook erg liberaal en verlicht toen ze een wilde en fantastische Dionysus die afdaalde van een berg, of een ongure en boerse Pan die uit de bossen kroop, toelieten in hun eigen kringetje van stadsgoden. Maar wat verloren gaat door deze hogere ideeën, is precies het hoogste idee van allemaal. Het is het idee van de vader die de hele wereld één geheel maakt. En het omgekeerde is ook waar. De meer ouderwetse mensen van de Oudheid die zich vastklampten aan hun eenzame beeld en hun enige heilige naam, werden ongetwijfeld gezien als bijgelovige primitievelingen, onwetend en achtergebleven. Maar deze bijgelovige primitievelingen behielden iets dat veel dichter in de buurt komt bij de universele eenheid zoals de filosofen en zelfs de wetenschappers die begrijpen. Deze paradox, van de ruwe reactionair die een soort progressieve profeet blijkt te zijn, heeft een consequentie die zeer relevant is. Puur historisch gezien, en nog los van alle andere onenigheden die ermee te maken hebben, werpt het van meet af aan een licht, zo helder en strak als een schijnwerper, op een klein en eenzaam volk. In deze paradox, dit raadsel van de religie waarvan het antwoord eeuwenlang verborgen was, schuilt de opgave en de betekenis van de joden.</p>
<p>Het is waar dat de wereld, vanuit menselijk perspectief bezien, God aan de joden te danken heeft. Die waarheid heeft ze te danken aan veel wat de joden kwalijk genomen wordt, en wellicht ook aan veel wat de joden kwalijk te nemen is. Ik heb de nomadische positie van de joden aan de rand van het Babylonische Rijk reeds aangestipt. Iets van hun vreemde, grillige tocht verlichtte de duisternis van de vroege Oudheid. Vanuit het land van Abraham belandden zij in Egypte, ze keerden terug naar de heuvels van Palestina, wisten uit handen te blijven van de Filistijnen van Kreta, maar werden als gevangenen naar Babylonië gebracht; en weer wisten ze naar naar hun stad op de berg terug te keren door het zionistische beleid van de Perzische overheersers. En zo ging hun verbazingwekkende en rusteloze epos voort, en nog altijd hebben wij de afloop ervan niet gezien. Maar tijdens al hun omzwervingen, en zeker hun vroege omzwervingen, droegen zij het lot van de wereld met zich mee in die houten tabernakel, waarin zich wellicht een kenmerkloos symbool bevond, en zeker te weten een onzichtbare god. Die kenmerkloosheid, kunnen we zeggen, was wellicht het belangrijkste kenmerk. Hoezeer we ook de voorkeur geven voor de creatieve vrijheid van de christelijke cultuur die zelfs de antieke kunsten overschaduwd heeft, we moeten toch het beslissende belang van het Hebreeuwse beeldverbod niet onderschatten. Het is een typisch voorbeeld van een beperking waarin iets groters bewaard en vereeuwigd is, als een muur die rond een grote open ruimte is gebouwd. De God die geen beeld kon hebben bleef een geest. Zijn beeld zou in geen geval de ontwapenende waardigheid en gratie hebben van de Griekse beelden toen of de christelijke beelden later. Hij leefde in een land van monsters. Later zal zich nog een gelegenheid aandienen om de aard van die monsters – van Moloch en Dagon en Tanit de vreselijke godin – nauwkeuriger te bekijken. Als de God van Israël ooit verbeeld zou worden, zou hij als fallus verbeeld worden. Louter door hem een lichaam te geven, zouden zij de slechtste elementen van de mythologie ingebracht hebben; de polygamie van het polytheïsme, het visioen van een harem in de hemel. Dit punt van het afkeuren van afbeeldingen is het eerste voorbeeld van de beperkingen die vaak negatief bekritiseerd worden, alleen omdat de critici zelf beperkt zijn. Maar een nog sterker voorbeeld kan gevonden in de andere kritieken van diezelfde critici. Vaak wordt met een sneer opgemerkt dat de God van Israël slechts een oorlogsgod was, een barbaarse Heer der heerscharen, die zich uit pure jaloezie als vijand opwierp van rivaliserende goden. We mogen blij zijn dat hij een oorlogsgod was. We mogen blij zijn dat hij voor de andere goden slechts een rivaal en vijand was. Want anders was het voor hen maar al te gemakkelijk geweest om hem als een  vriend te zien, wat een regelrechte ramp zou zijn. Het was voor hen te gemakkelijk geweest als zij hem zijn hand zagen uitsteken in liefde en verzoening, en hij Baäl broederlijk zou omhelzen en het geschilderde gezicht van Astarte zou kussen, in een amicaal drinkgelag met de goden – de laatste god die zijn kroon van sterren zou verkopen voor de soma<a id="ref2" href="#2">[2]</a> van het hindoeïstische pantheon of de nectar van de Olympus of de mede van het Walhalla. Het zou simpel genoeg zijn voor zijn volgelingen om het verlichte pad van syncretisme te volgen en in de smeltkroes van alle heidense tradities weg te zinken. Vanzelfsprekend genoeg zakten zijn volgelingen voortdurend weg op deze gemakkelijke helling, en de haast duivelse energie van zekere geïnspireerde demagogen bleek nodig om van de goddelijke eenheid  te getuigen in woorden die nog altijd nagalmen als de winden van geestdrift en vernieling. Hoe meer wij echt begrijpen van de oude omstandigheden die bijdroegen aan de uiteindelijke cultuur van het geloof, hoe meer wij een reële en zelfs realistische eerbied zullen voelen voor de grootheid van de profeten van Israël. Terwijl de hele wereld verstrikt raakte in een kluwen van verwarde mythologieën, werd de primaire religie van de gehele mensheid behouden door deze godheid die zo vaak een kleine stamgod is genoemd, en wel precies omdat hij een kleine stamgod was. Hij was tribaal genoeg om universeel te zijn. Hij was zo klein als het universum. Er  bestond ooit een populaire heidense god die Jupiter-Ammon werd genoemd. Er heeft nooit een god bestaan die Jehovah-Ammon werd genoemd. Noch heeft er ooit een god bestaan die Jehovah-Jupiter heette. Als dat wel zo zou zijn, was er ook ongetwijfeld een andere god geweest die Jehovah-Moloch zou heten. Lang voordat de liberale en verlichte samensmelters zouden zijn afgedwaald naar Jupiter, zou de beeltenis van de Heer der heerscharen allang misvormd zijn totdat iedere suggestie van een monotheïstische schepper en heerser verdwenen was. Hij zou een idool geworden zijn die veel erger was dan welke heidense fetisj ook – want hij zou zo beschaafd zijn als de goden van Tyrus en Carthago. Wat die beschaving betekende zullen we in het volgende hoofdstuk nader beschouwen, wanneer we beschrijven hoe de macht van demonen Europa bijna vernietigde en zelfs de gezondheid van de heidense wereld. Maar het lot van de wereld zou nog dodelijker verstoord zijn als het monotheïsme had gefaald in de mozaïsche traditie. Ik hoop verderop nog aan te tonen dat ik in z&#8217;n geheel niet onsympathiek sta tegenover de gezonde heidense wereld met z&#8217;n sprookjes en fantasierijke religieuze verhalen. Maar ik hoop ook aan te tonen dat deze op lange termijn tekort zouden schieten, en dat de wereld verloren zou zijn wanneer zij niet terug kon keren naar die grootse oorspronkelijke eenvoud van een enkelvoudig gezag dat alles doortrekt. Dat we iets behouden van die oorspronkelijke eenvoud waardoor dichters en filosofen inderdaad een universeel gebed kunnen uitspreken<a id="ref3" href="#3">[3]</a>, dat we in een grote en serene wereld leven onder een hemel die zich vaderlijk uitstrekt over alle volkeren van de aarde, dat wijsheid en menslievendheid vanzelfsprekendheden zijn in een religie van redelijke mensen, dat alles hebben we wis en waarachtig te danken aan een geheimzinnig en rusteloos nomadisch volk, dat de mensheid de zalige zegen schonk van een jaloerse God.</p></blockquote>
<p><a id="1" href="#ref1">[1]</a> Syncretisme is een poging om verschillende, soms tegenstrijdige religieuze denksystemen met elkaar te verzoenen.</p>
<p><a id="2" href="#ref2">[2]</a> Soma is een rituele, geestverruimende drank uit India.</p>
<p><a id="3" href="#ref3">[3]</a> De 18e-eeuwse Engelse dichter Alexander Pope – door Chesterton eens &#8216;the last great poet of civilisation&#8217; genoemd – schreef in 1738 het gedicht <em>The Universal Prayer</em>. Met name de eerste en de 	laatste strofe ademen iets van die oorspronkelijke eenvoud waar het Chesterton het hier over heeft:</p>
<blockquote><p>Father of All! in every Age,<br />
In every Clime ador&#8217;d,<br />
By Saint, by Savage, and by 	Sage,<br />
Jehovah, Jove, or Lord!</p>
<p>(…)</p>
<p>To Thee, whose 	Temple is all Space,<br />
Whose Altar, Earth, Sea, Skies:<br />
One 	Chorus let all Being raise!<br />
All Nature&#8217;s Incense rise!</p></blockquote>
<p>Uit: G.K. Chesterton, <a href="http://gutenberg.net.au/ebooks01/0100311.txt" target="_blank">The Everlasting Man</a>, deel 1, hoofdstuk 4. Vertaling &#38; noten: moi. Waarom? <a href="http://antondewit.wordpress.com/2008/12/02/de-wijsheid-van-chesterton/" target="_blank">Daarom</a>!</p>
</div>]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Snipper #11: De monotheïstische monosyllabe]]></title>
<link>http://antondewit.wordpress.com/2009/03/23/snipper-11-de-monotheistische-monosyllabe/</link>
<pubDate>Mon, 23 Mar 2009 20:01:41 +0000</pubDate>
<dc:creator>Anton de Wit</dc:creator>
<guid>http://antondewit.wordpress.com/2009/03/23/snipper-11-de-monotheistische-monosyllabe/</guid>
<description><![CDATA[Ergens aan de horizon van het polytheïsme, zo beweert G.K. Chesterton, schuilt steeds een onuitgespr]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<div class='snap_preview'><p>Ergens aan de horizon van het polytheïsme, zo beweert G.K. Chesterton, schuilt steeds een onuitgesproken monotheïstische grond. In dit fragment, direct volgend op <a href="http://antondewit.wordpress.com/2009/03/07/snipper-10-een-vreemd-stilzwijgen/" target="_blank">deze snipper</a>, ontwaart hij het onuitgesproken vermoeden van één God zelfs bij voorchristelijke denkers als Socrates en Vergilius.</p>
<p><!--more--></p>
<blockquote><p><img class="alignright" title="De dood van Socrates" src="http://faculty.washington.edu/smcohen/320/SocratesDeath.jpg" alt="" width="288" height="216" />Ik vermoed dat er een immense implicatie schuilt achter alle vormen van polytheïsme en heidendom. Ik vermoed dat we daarnaar slechts hier en daar aanwijzingen aantreffen in deze vroege geloofsbelijdenissen of Griekse wortels. De aanwezigheid van God is wellicht niet het juiste begrip; in zekere zin zou het zelfs waarachtiger zijn om het de afwezigheid van God te noemen. Maar afwezigheid is niet hetzelfde als niet-bestaan. Een man die een toast uitbrengt op zijn afwezige vrienden, impliceert daarmee ook niet dat hij helemaal geen vrienden heeft. Het is een leegte, maar het is geen ontkenning; het is zo positief als een lege stoel. Ik zou overdrijven als ik zeg dat de heiden een lege troon boven de Olympus uit zag torenen. Veel juister is de imposante beeldspraak van het Oude Testament, waarin de profeet God van de achterzijde ziet<a id="ref1" href="#1">[1]</a>; het was alsof een of andere onmeetbare aanwezigheid de wereld zijn rug had toegekeerd. Toch missen we het punt opnieuw, wanneer we het als zoiets bewusts en levendigs voorstellen als het monotheïsme van Mozes en zijn volk. Ik bedoel niet te zeggen dat de heidense volken op z&#8217;n minst overweldigd waren door dit idee, alleen maar omdat het overweldigend is. In tegendeel, het was zo groot dat ze het vrij licht oppakten, zoals wij allemaal de lichte last van de lucht op onze schouders dragen. Als wij naar een of ander detail kijken, zoals een vogel of een wolk, kunnen wij allemaal de vreselijke blauwe achtergrond negeren; wij kunnen de lucht verwaarlozen; en precies omdat het met zo&#8217;n vernietigende kracht op ons neerdrukt voelt het aan als niets. Iets van deze soort kan alleen een indrukwekkende en een tamelijk subtiele indruk maken; maar voor mij is het een erg sterke indruk die de heidense literatuur en religie op mij maakt. Nogmaals, in onze speciale sacramentele betekenis is er natuurlijk sprake van de afwezigheid van de aanwezigheid van God. Maar in een zeer werkelijke zin is er ook sprake van de aanwezigheid van de afwezigheid van God. We voelen het in de ondoorgrondelijke droefheid van heidense poëzie; want ik betwijfel of er ooit in de verrukkelijke volwassenheid van de antieke tijd een mens geweest is die zo vrolijk was als de heilige Franciscus vrolijk was. We voelen het in de legenden van een Gouden Tijdperk<a id="ref2" href="#2">[2]</a> en wederom in de vage veronderstelling dat de goden zelf uiteindelijk voortkomen uit iets anders, zelfs wanneer die Onbekende God vervaagd is tot een noodlot. Boven alles voelen we het in die onsterfelijke momenten waarop de heidense literatuur terug lijkt te keren naar een meer onschuldige antiquiteit en met een directere stem spreekt, zodat geen woord het recht doet behalve onze eigen monotheïstische monosyllabe. We kunnen niets anders dan &#8216;God&#8217; zeggen in een zin als die van Socrates die zijn rechters vaarwel zegt: “Maar nu is het tijd dat wij vertrekken, elk zijns weegs, ik om te sterven, u om verder te leven. Wie van ons een beter lot wacht, is voor niemand duidelijk behalve voor God.”<a id="ref3" href="#3">[3]</a> We kunnen zelfs geen ander woord gebruiken voor de beste momenten van Marcus Aurelius: “Iemand zong, ‘O dierbare stad van Cecrops’, zal ik dan niet zingen: ‘O dierbare stad van God’?”<a id="ref4" href="#4">[4]</a> We kunnen geen ander woord gebruiken in die ontzagwekkende regel waarin Vergilius sprak tegen al diegenen die lijden, met de waarachtige uitroep van een christen voor Christus: “O jullie, die vreselijkere dingen hebben gedragen, ook dit zal God beëindigen.”<a id="ref5" href="#5">[5]</a></p>
<p><img class="alignright" title="Aeneas vlucht uit Troje" src="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/2/26/BarocciAeneas.jpg/800px-BarocciAeneas.jpg" alt="" width="288" height="200" />Kortom, er bestaat een gevoel dat er iets is dat boven de goden uitgaat, maar omdat het hoger is, is het ook verder weg. Zelfs Vergilius kon het raadsel en de paradox nog niet kennen van die andere goddelijke macht, die zowel hoger als nabijer is. Voor hen was datgene wat werkelijk goddelijk was erg ver weg, zo ver weg dat zij het meer en meer uit hun gedachten verbanden. Het had minder en minder te maken met louter de mythologie waarover ik later zal schrijven. Maar zelfs daarin schuilde een soort stilzwijgende beaming van een ongrijpbare puurheid, als we de voorkeuren van de mythologieën in het achterhoofd houden. Zoals de joden het niet wilden devalueren met beelden, zo wilden de Grieken het niet devalueren met verbeeldingen. Toen de goden meer en meer geëerd werden in prietpraat en praalzucht, was dat relatief gezien een beweging van eerbied. Het was een daad van vroomheid om God te vergeten. Met andere woorden, er weerklinkt iets in de toon van die tijd dat suggereert dat mensen een lager niveau geaccepteerd hadden en zich nog steeds half bewust waren dat het een lager niveau was. Het is moeilijk hier de juiste woorden voor te vinden, maar het ene werkelijk juiste woord staat klaar. Deze mensen waren zich bewust van de zondeval, al waren ze zich van niets anders bewust, en hetzelfde geldt voor de gehele heidense mensheid. Zij die gevallen zijn herinneren zich mogelijkerwijs de val, zelfs wanneer zij de hoogte vergeten zijn. Zo&#8217;n duizelingwekkend hiaat of breekpunt in het geheugen ligt aan de basis van ieder heidens sentiment. Er bestaat zoiets als een kortstondige kracht om ons te herinneren dat we iets vergeten zijn. En de meest onwetende mensen weten door het aangezicht van de aarde dat zij de hemel vergeten zijn. Maar deze mensen blijven hun momenten houden waarop ze zich, als vage jeugdherinneringen, in een simpelere taal horen praten. Er waren momenten dat de Romein, zoals Vergilius in de reeds aangehaalde regel, met een zwaardslag van lyriek door de verwarde kluwen van mythologieën hakte, waardoor de bonte boel van goden en godinnen plots uit het zicht verdwenen en de Vader der hemelen alleen aan de hemel opdoemde.</p></blockquote>
<p><a id="1" href="#ref1">[1]</a> &#8221;Mozes vroeg: ‘Laat mij uw heerlijkheid zien.’ Hij antwoordde: ‘Ik zal in mijn goedheid aan u voorbijgaan en in uw bijzijn de naam HEER uitroepen. Want Ik schenk genade aan wie Ik wil en barmhartigheid aan wie Ik wil.’ Maar Hij voegde eraan toe: ‘Mijn gelaat kunt u niet zien, want geen mens kan mijn gelaat zien en in leven blijven.’ Toen sprak de HEER: ‘Hier bij Mij is nog plaats; kom op de rots staan. Wanneer mijn heerlijkheid voorbijgaat, zal Ik u in de 	rotsholte laten schuilen, en als Ik voorbijga zal Ik u met mijn hand 	beschermen. Als Ik dan mijn hand terugtrek, kunt u Mij van achteren 	zien, want mijn gelaat kan niemand zien.’” (Ex. 33:18-23)<br />
De notie dat God ons slechts zijn achterkant laat zien speelt een 	belangrijke rol zeker in het vroege denken van Chesterton. Het kan 	al als centraal gegeven worden gezien van <em>The Man Who Was 	Thursday</em> (1907), zoals Michael Gardner betoogt in zijn inleiding 	op die roman van Chesterton (<em>The Annoted Thursday</em>, Ignatius Press, San Francisco, 1999). De mysterieuze figuur van Sunday, zo 	stelt Gardner, vertegenwoordigt in dat boek de God van Spinoza, ofwel de Natuur, die in Zijn almacht soms wrede grappen uithaalt met de mensen, en van de achterkant bezien een afzichtelijk en grotesk monster is.</p>
<p><a id="2" href="#ref2">[2]</a> In de Griekse mythologie beschreven als soort van arcadische oertoestand, waarin de mensen puur waren en er vrede, harmonie en welvaart heerste.</p>
<p><a id="3" href="#ref3">[3]</a> De beroemde laatste woorden van Socrates&#8217; apologie, voordat hij ter dood veroordeeld werd vanwege verondersteld &#8216;atheïsme&#8217;.</p>
<p><a id="4" href="#ref4">[4]</a> Uit:	Marcus Aurelius, <a href="http://www.arsfloreat.nl/documents/Overpeinzingen.pdf" target="_blank"><em>Overpeinzingen</em></a>, boek 4, vers 23.</p>
<p><a id="5" href="#ref5">[5]</a> Uit:	Vergilius, <em>Aeneis</em>, boek I, regel 198 &#38; 199. De oorspronkelijke formulering luidt: “<em>O socii — neque enim ignari sumus ante malorum — O passi graviora, dabit deus his quoque finem</em>.” De meest gangbare Engelse vertaling luidt: “O you who have borne even heavier things, God will grant an end to these too.” Ik heb echter gekozen voor een vrij letterlijke vertaling van de zin zoals Chesterton (die veelal uit het hoofd 	citeerde) die gebruikte: “O you that have borne things more 	terrible, to this also God shall give an end.” De Nederlandse 	vertaling van M.A. Schwartz is overigens opmerkelijk anders: “Vrienden, wij hebben al eerder rampen geleden zwaarder dan deze;	ook nu zal de godheid uitkomst geven.” Nederlandse vertalers lijken in dergelijke klassieke voor-christelijke teksten (zoals ook in het eerder aangehaalde citaat van Socrates) überhaupt meer te voelen voor het neutrale &#8216;godheid&#8217; of &#8216;de goden&#8217;, waar hun Engelse 	collega&#8217;s makkelijker voor &#8216;God&#8217; kiezen. Klaarblijkelijk voelen de Nederlandse vertalers weinig voor Chestertons opzettelijk 	anachronistische stelling dat we in dergelijke passages geen ander woord dan &#8216;God&#8217; kunnen gebruiken.</p>
<p>Uit: G.K. Chesterton, <a href="http://gutenberg.net.au/ebooks01/0100311.txt" target="_blank">The Everlasting Man</a>, deel 1, hoofdstuk 4. Vertaling &#38; noten: moi. Waarom? <a href="http://antondewit.wordpress.com/2008/12/02/de-wijsheid-van-chesterton/" target="_blank">Daarom</a>!</p>
</div>]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Jacque Attali: «Israël n'est pas le peuple juif»]]></title>
<link>http://mplbelgique.wordpress.com/2009/03/11/jacque-attali-%c2%abisrael-nest-pas-le-peuple-juif%c2%bb/</link>
<pubDate>Wed, 11 Mar 2009 11:29:57 +0000</pubDate>
<dc:creator>dodzi</dc:creator>
<guid>http://mplbelgique.wordpress.com/2009/03/11/jacque-attali-%c2%abisrael-nest-pas-le-peuple-juif%c2%bb/</guid>
<description><![CDATA[Le Matin Laszlo Molnar Jacques Attali, né en 1943, à Alger, est économiste et écrivain. Ancien conse]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<div class='snap_preview'><p><a href="http://www.lematin.ch/loisirs/culture/jacque-attali-israel-peuple-juif-95028#comments" target="_blank">Le Matin</a></p>
<p>Laszlo Molnar</p>
<div class="wp-caption alignright" style="width: 240px"><img title="Jacque Attali" src="http://www.lematin.ch/files/imagecache/230x180/stories/attali.jpg" alt="Jacques Attali, né en 1943, à Alger, est économiste et écrivain. Ancien conseiller de François Mitterrand puis président de la Banque européenne pour la reconstruction et le développement, il dirige actuellement PlaNet Finance qui s’occupe du microcrédit" width="230" height="345" /><p class="wp-caption-text">Jacques Attali, né en 1943, à Alger, est économiste et écrivain. Ancien conseiller de François Mitterrand puis président de la Banque européenne pour la reconstruction et le développement, il dirige actuellement PlaNet Finance qui s’occupe du microcrédit</p></div>
<p>L&#8217;écrivain français vient de publier le «Dictionnaire amoureux du judaïsme». Rencontre.</p>
<div class="text_article">
<p><strong>Votre nouveau livre porte le titre de «Dictionnaire amoureux du judaïsme», pensez-vous que le conflit israélo-palestinien empêche actuellement d&#8217;être amoureux du peuple juif?</strong><br />
Ça n&#8217;a absolument aucun rapport. C&#8217;est étrange que vous posiez cette question. C&#8217;est un conflit territorial entre deux nations. Ça n&#8217;a aucun rapport avec le judaïsme qui existe depuis 3000?ans et qui continuera à exister quoi qu&#8217;il arrive à Israël.</p>
<p><strong>Pourtant depuis l&#8217;invasion du Liban par Israël, les gens ont tendance à lier le peuple juif et Israël&#8230;</strong><br />
Mais les gens c&#8217;est qui? C&#8217;est vous? Le peuple juif a une histoire planétaire et millénaire qui n&#8217;a rien à voir avec l&#8217;Etat d&#8217;Israël.<strong></strong></p>
<p><strong>Mais beaucoup d&#8217;Européens&#8230;</strong><br />
Vous êtes peut-être entouré de gens qui font la confusion. L&#8217;Etat moderne d&#8217;Israël n&#8217;a rien à voir avec l&#8217;identité juive.<strong></strong></p>
<p><strong>Les gens font donc la différence&#8230;</strong><br />
Encore une fois, les gens je ne sais pas qui c&#8217;est. Mais je pense que oui, ils font la différence.<strong></strong></p>
<p><strong>Vous croyez que les écoles ont enseigné cette différence?</strong><br />
L&#8217;enseignement catholique n&#8217;a pas insisté sur la judaïté de Jésus. Je préciserais que certains chrétiens minoritaires et certains musulmans minoritaires n&#8217;aiment pas rappeler que leur religion a des racines juives. Ils préféreraient qu&#8217;il n&#8217;y ait personne avant eux. On peut les comprendre: il n&#8217;est pas aisé d&#8217;avoir quelqu&#8217;un avant soi. Pour ces personnes, la religion commence avec eux et pas avant eux. Dans ces religions, on reconnaît cependant la paternité du judaïsme.<strong></strong></p>
<p><strong>L&#8217;intolérance actuelle n&#8217;est donc pas liée au conflit israélo-arabe?</strong><br />
L&#8217;antisémitisme précède l&#8217;existence de l&#8217;Etat d&#8217;Israël. La Shoah a eu lieu avant la création de l&#8217;Etat d&#8217;Israël.<strong></strong></p>
<p><strong>Ces dernières années, on a considéré la France comme un pays antisémite&#8230;</strong><br />
C&#8217;est complètement faux. La France n&#8217;a jamais été un pays antisémite. C&#8217;était une tentative de certains Israéliens et de certains Américains. Je sais que même des personnes de la communauté juive de France l&#8217;ont dit, mais c&#8217;est absurde.<!--more--></p>
<p><strong>Dans quel but?</strong><br />
Quelques responsables israéliens auraient souhaité que les juifs français immigrent vers Israël. D&#8217;autres cherchaient à brouiller les relations franco-américaines. Mais c&#8217;était complètement absurde.<strong></strong></p>
<p><strong>Destinez-vous votre livre à un large public, ou seulement aux intellectuels?</strong><br />
Il a été publié il y a un mois, et, selon les critiques, il devrait intéresser un large public. C&#8217;est ce que je souhaite. Je cherche avec ce livre à reparler des fondements du monothéisme que partage le judaïsme, le catholicisme et l&#8217;islam.<em><strong></strong></em></p>
<p><em><strong>«Dictionnaire amoureux du judaïsme», par Jacques Attali, aux éditions plon/fayard</strong></em></div>
</div>]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Snipper #10: Een vreemd stilzwijgen]]></title>
<link>http://antondewit.wordpress.com/2009/03/07/snipper-10-een-vreemd-stilzwijgen/</link>
<pubDate>Sat, 07 Mar 2009 19:00:22 +0000</pubDate>
<dc:creator>Anton de Wit</dc:creator>
<guid>http://antondewit.wordpress.com/2009/03/07/snipper-10-een-vreemd-stilzwijgen/</guid>
<description><![CDATA[We lazen het in de vorige snipper al: het geloof in meerdere goden ging niet vooraf aan het geloof i]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<div class='snap_preview'><p><a href="http://antondewit.wordpress.com/2009/02/02/snipper-9-het-geheim-van-de-ene-god/" target="_blank">We lazen het in de vorige snipper al</a>: het geloof in meerdere goden ging niet vooraf aan het geloof in één God, zoals de gangbare lezing van de geschiedenis van godsdiensten luidt. Volgens Chesterton is het precies andersom: eerst was er monotheïsme, toen polytheïsme. In deze passage werkt hij die stelling verder uit.</p>
<p><!--more--></p>
<blockquote><p>Er zijn op andere plekken aardig wat bewijzen voor een dergelijke verandering te vinden. Het is bijvoorbeeld geïmpliceerd in het feit dat zelfs polytheïsme vaak de combinatie schijnt te zijn van verschillende monotheïsmen. Een god zal slechts een kleine plaats verdienen op de Olympus wanneer hij aarde en hemel en sterren bezat terwijl hij in zijn eigen kleine vallei woonde. Zoals zovele kleine naties opgaan in een groot rijk, geeft hij zijn lokale alomvattendheid op, louter om alomvattende beperkingen te verwerven. De naam van Pan suggereert dat hij een bosgod werd waar hij eerst een god van de hele wereld was. De naam van Jupiter is in feite een heidense vertaling van de woorden &#8216;Onze Vader die in de hemel zijt&#8217;. En wat voor de Grote Vader geldt, die gesymboliseerd wordt door de hemel, geldt ook voor de Grote Moeder die we nog steeds Moeder Aarde noemen. Demeter en Ceres en Cybele lijken vaak bijna in staat te zijn om alle goddelijke taken op zich te nemen, zodat mensen geen andere goden meer nodig heeft. Het is tamelijk waarschijnlijk dat vele mensen inderdaad geen andere goden had dan een van deze, die zij aanbaden als de schepper van allen.</p>
<p>In sommige van de grootste en dichtstbevolkte regionen van de wereld, zoals China, lijkt het alsof het simpele idee van de Grote Vader nooit echt gecompliceerd is door rivaliserende cultussen, al is het wellicht zelf opgehouden een cultus te zijn. De meest betrouwbare deskundigen denken dat hoewel confucianisme in zekere zin een vorm van agnosticisme is, het ook niet in tegenspraak is met het oude theïsme, precies omdat het zelf een tamelijk vage vorm van theïsme is geworden. Het is een theïsme waarin God &#8216;de hemel&#8217; wordt genoemd, een beetje zoals beleefde mensen hun vloek inslikken. Maar de hemel is nog altijd boven ons, zelfs wanneer zij ons ver boven de pet gaat. Het doet sterk denken aan een eenvoudige waarheid die zich ver teruggetrokken heeft, zonder daardoor minder waar te worden. En deze formulering kan zelfs geldig zijn voor de heidense mythologieën van het westen. Daarin vinden we absoluut sporen van deze notie van een zich terugtrekkende hogere macht, in al die mysterieuze en fantasierijke mythen over de scheiding van hemel en aarde. In honderd varianten wordt ons verteld dat de hemel en de aarde ooit minnaars waren, of ooit één geheel vormden, totdat een opstandig figuur, meestal een ongehoorzaam kind, ze uit elkaar dreef. En de wereld werd gebouwd op een afgrond, op een scheiding, op een <img class="alignright" title="Uranus" src="http://www.crystalinks.com/uranusgod.jpg" alt="" width="170" height="256" />breuk. Een van de walgelijkste varianten kwam van de Grieken, in hun mythe van Uranus en Saturnus. Een van de meest charmante versies was die van een stam van Afrikaanse wilden, die zeiden dat een peperplant steeds groter en groter groeide en uiteindelijk de hemel als een deksel optilde; een prachtige primitieve visie op de dageraad voor sommige van onze schilders die van de tropische schemering houden. Over mythen, en de uiterst mythische verklaringen van mythen die de modernen te bieden hebben, zal ik elders spreken, want ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat mythologie zich meestal op een ander, meer oppervlakkig niveau bevindt. Maar in deze oeroude verbeeldingen van het in tweeën delen van de wereld schuilt zeker iets van de ultieme ideeën. Om te begrijpen wat het betekent, kun je veel beter op je rug in een weiland gaan liggen en simpelweg naar de hemel kijken, dan alle bibliotheken lezen van zelfs de meest geleerde en waardevolle folklore. Dan zul je begrijpen wat het betekent als gezegd wordt dat de hemel dichterbij ons zou moeten zijn, of dat de hemel misschien ooit dichterbij was dan nu, dat zij niet louter vreemd en vreeswekkend is, maar in zekere zin van ons afgesneden en afgezonderd. De curieuze gedachte zal je besluipen dat de mythemaker misschien toch geen koekenbakker of dorpsgek was die dacht dat hij de wolken als een taart kon aansnijden, maar dat er meer kwaliteiten in hem schuilden dan gewoonlijk aan holbewoners wordt toegeschreven. Het zou wel eens mogelijk kunnen zijn dat Thomas Wood toch niet als een holbewoner sprak toen hij zei dat, met het verstrijken van de tijd, de boomtoppen hem zeiden dat hij verder van de hemel verwijderd was dan toen hij een kind was<a id="ref1" href="#1">[1]</a>. Hoe dan ook: de legende van de heer van de hemelen Uranus die onttroond werd door de geest van de tijd Saturnus zou iets betekenen voor de auteur van dat gedicht. En het zou, onder andere, de verbanning van het vroegste vaderschap betekenen. Het idee van God schuilt in de notie dat er goden voor de goden waren. Er schuilt een idee van grotere eenvoud in alle zinspelingen op die veel oudere orde. Deze suggestie wordt ondersteund door het verspreidingsproces in vroegere tijden. Goden en halfgoden en helden plantten zich voor onze ogen voort als konijnen en suggereren daarmee dat de familie één stamvader heeft. De mythologie wordt steeds complexer en precies die complexiteit suggereert dat het in het begin veel eenvoudiger was. Dus zelfs vanuit een buitenperspectief, het perspectief dat wij wetenschappelijk plachten te noemen, is het zeer aannemelijk te maken dat de mens begon met monotheïsme en zich ontwikkelde naar, of verviel in, polytheïsme. Maar het is me meer om een binnen- dan om een buitenperspectief te doen; en zoals ik al gezegd heb is dit binnenperspectief een waarheid die haast niet te beschrijven is. We moeten over iets spreken waarvan het punt nu net was dat mensen er niet over spraken. We moeten het niet slechts vertalen uit een vreemde taal, maar uit een vreemd stilzwijgen.</p></blockquote>
<p><a id="1" href="#ref1">[1]</a> Thomas Hood (1799-1845) was een Britse komiek en dichter. Chesterton 	zinspeelt hier op de laatste strofe van een beroemd gedicht van hem, 	getiteld &#8216;<em>I remember, I remember</em>&#8216;:</p>
<blockquote>
<p class="sdfootnote">I remember, I 	remember<br />
The fir-trees dark and high;<br />
I used to think their slender tops<br />
Were close against the sky:<br />
It was a childish ignorance,<br />
But now &#8217;tis little joy<br />
To know I&#8217;m farther off from Heaven<br />
Than when I was a boy</p></blockquote>
<p class="sdfootnote">Uit: G.K. Chesterton, <a href="http://gutenberg.net.au/ebooks01/0100311.txt" target="_blank">The Everlasting Man</a>, deel 1, hoofdstuk 4. Vertaling &#38; noten: moi. Waarom? <a href="http://antondewit.wordpress.com/2008/12/02/de-wijsheid-van-chesterton/" target="_blank">Daarom</a>!</p>
</div>]]></content:encoded>
</item>
<item>
<title><![CDATA[Snipper #9: Het geheim van de Ene God]]></title>
<link>http://antondewit.wordpress.com/2009/02/02/snipper-9-het-geheim-van-de-ene-god/</link>
<pubDate>Mon, 02 Feb 2009 21:34:49 +0000</pubDate>
<dc:creator>Anton de Wit</dc:creator>
<guid>http://antondewit.wordpress.com/2009/02/02/snipper-9-het-geheim-van-de-ene-god/</guid>
<description><![CDATA[Volgens de gangbare opvatting over het ontstaan van religies vloeit het monotheïsme voort uit het po]]></description>
<content:encoded><![CDATA[<div class='snap_preview'><p>Volgens de gangbare opvatting over het ontstaan van religies vloeit het monotheïsme voort uit het polytheïsme. Eerst kende de mens meer goden, die we op een gegeven moment als één God zijn gaan zien. Onzin, zegt G.K. Chesterton: aan het meergodendom gaat een besef vooraf van één God. De heidenen hadden Hem verborgen en bijna vergeten. Bijna&#8230;</p>
<p><!--more-->(Onderstaand fragment volgt direct op <a href="http://antondewit.wordpress.com/2009/01/28/snipper-8-vergelijking-en-vervalsing/" target="_blank">dit fragment</a>.) </p>
<blockquote><p>Als we nadenken over de heidense mensheid, moeten we beginnen met een poging om het onbeschrijflijke te beschrijven. Velen overwinnen de moeilijkheid dit te beschrijven door het simpelweg te ontkennen, of op z&#8217;n minst te negeren – maar het punt is dat dit nu juist nooit helemaal uit te wissen is, zelfs niet door het te negeren. De aanhangers van het evolutiedenken zijn geobsedeerd door hun eenzijdige opvatting dat alle grote dingen uit een zaadje groeien, of uit iets dat kleiner is dan zichzelf. Ze lijken te vergeten dat ieder zaadje van een boom afvalt, of van iets dat groter is dan zichzelf. Nu is er een vrij goede reden om te gokken dat religie oorspronkelijk niet voortkomt uit een detail dat vergeten was, omdat het te klein was om op te sporen. Veel waarschijnlijker is het dat religie voortkomt uit een idee dat zo groot was dat het verlaten werd, omdat het te groot was om mee om te gaan. Er is een goede reden om aan te nemen dat veel mensen begonnen bij het simpele maar overweldigende idee van één God die over alles regeert, en naderhand verviel in zoiets als afgodenverering, bijna alsof hun schat heimelijk verspreidden om ontdekking te voorkomen. Zelfs de door folkloristen zo graag gemaakte vergelijking met godsdienstige praktijken van hedendaagse wilden lijkt die visie vaak te ondersteunen. Sommige van de meest onaangepaste wilden, primitief in iedere betekenis die antropologen aan dat woord toekennen, zoals bijvoorbeeld de Australische aboriginals, blijken een onversneden monotheïsme te kennen met een hoogst morele toon. Een missionaris preekte eens voor een zeer wilde stam van polytheïsten. Zij hadden hem alle verhalen over hun verschillende goden verteld. Hij vertelde hun  vervolgens over de ene goede God van het christendom, die een geest is en die mensen beoordeelt naar geestelijke maatstaven. En plots ontstond er opwinding onder deze stugge barbaren, alsof iemand een geheim verklapt had, en ze riepen tegen elkaar: “Atahocan! Hij heeft het over Atahocan!”</p>
<p>Waarschijnlijk was het voor deze polytheïsten een kwestie van beleefdheid en zelfs fatsoen om het niet over Atahocan te hebben. De naam is wellicht wat minder geschikt voor directe en plechtige religieuze uitroepen als degene die wij voor het opperwezen hebben, maar het zijn vooral sociale mechanismen die maken dat dergelijke simpele ideeën ondergesneeuwd en verward raken. Misschien representeerde de oude god wel een oude moraal die als lastig werd ervaren in meer expansieve perioden. Misschien was contact met demonen wel modieuzer bij de beste mensen, zoals tegenwoordig spiritisme in de mode is. Hoe dan ook, er bestaan tal van soortgelijke voorbeelden. Ze getuigen allemaal van de onmiskenbare psychologie van iets dat als vanzelfsprekend wordt ervaren, en waar om die reden niet over gesproken wordt. Er bestaat een treffend voorbeeld in een fantasierijke legende die woordelijk uit de mond van een Indiaan uit Californië is opgetekend, dat begint met de opmerking: “De zon is de vader en heerser van de hemelen. Hij is het grote opperhoofd. De maan is zijn vrouw en de sterren zijn hun kinderen.” En daaruit ontspint zich een ingenieus en ingewikkeld verhaal. Midden in dat verhaal wordt plots een zijdelingse opmerking gemaakt, dat de zon en de maan iets moeten doen, omdat “het zo bepaald was door de Grote Geest die boven allen staat”. Dat is precies de houding van de meeste vormen van heidendom ten aanzien van God. Hij is iets dat verondersteld en vergeten en per ongeluk weer herinnerd wordt – een gewoonte die niet alleen heidenen hebben. Soms is de hogere godheid een soort mysterie dat alleen in herinnering wordt geroepen in de hogere morele graden. Maar altijd, zo is terecht opgemerkt, is de wilde spraakzaam als het over zijn mythologie gaat, maar zwijgzaam over zijn religie. Bij de Australische wilden staat de wereld inderdaad op z&#8217;n kop, zoals men vroeger misschien verwacht zou hebben van onze tegenvoeters. Want deze wilde, die puur voor de gezelligheid een verhaal vertelt over de zon en de maan die helften zijn van een baby die in tweeën is gehakt, of die over koetjes en kalfjes praat door te vertellen over een kolossale kosmische koe die gemolken wordt om regen te maken – deze wilde zal zich terugtrekken in geheime grotten waar vrouwen en blanken niet worden toegelaten, in tempels waar gruwelijke rituelen plaatsvinden, waar de snorrebot onheilspellend zoemt en het offerbloed vloeit terwijl de priester de diepste geheimen prevelt, slechts hoorbaar voor ingewijden: dat eerlijkheid het langst duurt, dat een beetje vriendelijkheid nog nooit niemand kwaad gedaan heeft, dat alle mensen broeders zijn en dat er maar één God is, de Almachtige Vader, schepper van al het zichtbare en onzichtbare.</p>
<p>Met andere woorden, het opmerkelijke feit doet zich voor in de geschiedenis van de religie, dat de wilde te koop loopt met de meest weerzinwekkende en onmogelijke aspecten van zijn geloof en de meest verstandige en geloofwaardige aspecten verbergt. De verklaring is dat ze niet werkelijk deel uitmaken van zijn geloof, of in ieder geval niet van hetzelfde soort geloof. De mythen zijn slechts omvangrijke verhalen, omvangrijk als hemelspan, wervelwind of wolkbreuk. De mysteries zijn ware verhalen en worden geheim gehouden opdat ze serieus genomen kunnen worden. We vergeten al te gemakkelijk hoe opwindend monotheïsme eigenlijk is. Een roman waarin een aantal verschillende personen uiteindelijk dezelfde persoon blijken te zijn zou zeker een sensationele roman zijn. Hetzelfde geldt voor het idee dat de zon, de bomen en de rivier de vermomming van één god is en niet van vele. Helaas, we nemen Atahocan echter ook gemakkelijk voor lief. Maar of wij hem nu laten vervagen tot cliché of hem weten te bewaren als sensatie door hem te bewaren als geheim, het is hoe dan ook duidelijk dat hij altijd ofwel een oud cliché ofwel een oude traditie is. Niets wijst erop dat hij een verbeterd product is van de eenvoudige mythologieën, en alles wijst erop dat hij er aan vooraf ging. Hij wordt aanbeden door de simpelste stammen zonder een spoor van spoken of grafgeschenken of ander ingewikkeld gedoe waarin Herbert Spencer<a id="ref1" href="#1"><sup>[1]</sup></a> en Grant Allen<a id="ref2" href="#2"><sup>[2]</sup></a> de oorsprong van het simpelste van alle ideeën zochten. Wat er verder ook geëvolueerd is, er is nooit zoiets geweest als een evolutie van het idee van God. Het idee is verborgen, vermeden, bijna vergeten en zelfs weggeredeneerd; maar het is nooit geëvolueerd.</p></blockquote>
<p><a id="1" href="#ref1">[1]</a> Herbert Spencer (1820-1903), prominent darwinistisch filosoof en socioloog.</p>
<p><a id="2" href="#ref2">[2]</a> Charles Grant Blairfindie Allen (1848-1899), reeds genoemd in het eerste hoofdstuk, schreef wetenschappelijke fictie en non-fictie. Hij was socialist en agnost, en een fel voorvechter van het evolutionisme. Vriend en criticaster van Spencer.</p>
<p>Uit: G.K. Chesterton, <a href="http://gutenberg.net.au/ebooks01/0100311.txt" target="_blank">The Everlasting Man</a>, deel 1, hoofdstuk 4. Vertaling &#38; noten: moi. Waarom? <a href="http://antondewit.wordpress.com/2008/12/02/de-wijsheid-van-chesterton/" target="_blank">Daarom</a>!</p>
</div>]]></content:encoded>
</item>

</channel>
</rss>
